Erdogan bekritiseert Israël weer uit politiek lijfsbehoud

„Als zelfbenoemde hoeder van de heilige stad Jeruzalem laat Erdogan geen gelegenheid voorbijgaan om Israël aan te vallen.” Foto: Zicht op het tempelplein van Jeruzalems Oude Stad, met de Rotskoepel en de El Aksa-moskee. beeld RD, Henk Visscher

De harde woorden van president Erdogan van Turkije na de verklaring van president Trump over de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël kunnen worden gezien als nog een poging om het publieke debat in zijn land te verleggen, betoogt dr. Hay Eytan Cohen Yanarocak.

Bijna een jaar na de ondertekening van het normalisatieakkoord tussen Israël en Turkije worden de onderlinge betrekkingen opnieuw op de proef gesteld. Aanleiding vormde de verklaring van de Amerikaanse president Trump over Jeruzalem. Ondanks het feit dat de erkenning van Jeruzalem als Israëls hoofdstad van de Amerikaanse regering uitging, koos de Turkse president ervoor feller tegen Israël te fulmineren.

Ook aarzelde Erdogan niet om de top van de Organisatie van Islamitische Samenwerking in Istanbul vorige maand te gebruiken als een podium tegen Israël. Dit in het bijzijn van vertegenwoordigers van de Palestijnse Autoriteit, Hamas en Iran. Daarbij omschreef Erdogan Israël onder meer als een „terreurstaat” en een „bezettingsstaat” die zich als een „giftige klimop” uitbreidde naar de Palestijnse gebieden.

Met deze rechtstreekse verbale aanval op Israël wilde Erdogan zijn woorden verder laten reiken dan de oren van de aanwezigen op deze top van islamitische staten. Cruciaal punt daarbij was dat de Turkse president zich in eigen land in een zeer lastig parket bevond vanwege corruptiebeschuldigingen. De verklaring van Trump over Jeruzalem kwam voor Erdogan als een tijdig geschenk om de aandacht af te leiden.

Aanklachten

Luttele dagen voor Trumps verklaring werd Erdogan het voorwerp van een ongekende politieke aanval door de leider van de Republikeinse Volkspartij, Kemal Kilicdaroglu. De laatste onthulde aan de hand van nieuwe documenten dat Erdogans naaste bondgenoten en familieleden betrokken waren bij een nieuwe corruptiezaak. De affaire behelsde het smokkelen van grote geldsommen naar het Isle of Man, ter belastingontduiking.

In aanvulling hierop bezorgt een lopend proces voor een rechtbank in New York City de Turkse president hoofdpijn. Het gaat in deze rechtszaak tegen de Turkse nationale bank Halkbank om het omzeilen van de internationale sancties tegen Iran. Een manoeuvre die een directe opdracht van Erdogan is.

Zoals mocht worden verwacht, wees Erdogan alle aantijgingen tegen hem als leugens van de hand. Tegelijkertijd greep hij de verklaring van Trump over Jeruzalem als Israëls hoofdstad aan als een gouden kans om de publieke agenda naar zijn hand te zetten.

Natuurlijk heeft Erdogan geen enkele corruptiebeschuldiging nodig om Israël aan te kunnen vallen. Dat bleek wel in het recente verleden. Militaire operaties van Israël in Gaza en andere politieke fricties schiepen voor Erdogan de aanvalssfeer die hij nodig had.

Bedevaartsoord

Er speelt echter meer voor de Turkse president. Hij oriënteert zich vaker op Jeruzalem. Vele malen al benoemde Erdogan zichzelf als de afstammeling van de Ottomaanse sultans, die als de hoeders van de heilige plaatsen werden beschouwd. Deze status verplicht Erdogan in diens optiek tot het leiderschap van de moslimwereld. Daarmee krijgen al zijn acties en verklaringen in relatie tot Jeruzalem meer gewicht.

Na de rellen op de Tempelberg in 2015 begon de rol van Turkije in Jeruzalem groter te worden. Toentertijd bekritiseerde Erdogan Israël op scherpe wijze omdat Israëlische veiligheidstroepen het terrein van de moskee waren binnengedrongen. Hij noemde de „aanval” op de Tempelberg een „aanval op Turkije.”

In hetzelfde jaar bracht het toenmalige hoofd van het Directoraat voor Religieuze Zaken van Turkije (Diyanet), Mehmet Görmez, een bezoek aan de heilige stad. Görmez leidde tegen het einde van de ramadan de prestigieuze ”laylat al-qadrgebeden”, die refereren aan Mohammeds eerste openbaring en die bijzondere zegeningen impliceren.

Eenmaal weer thuis promootte Görmez Jeruzalem, via het televisiekanaal van Diyanet, als islamitisch bedevaartsoord. Görmez beval alle islamitische pelgrims aan eerst Jeruzalem aan te doen, alvorens verder te trekken naar Mekka en Medina in Saudi-Arabië.

Geldkraan

Turkije laat het niet bij woorden in zijn streven om een stroom moslimpelgrims naar Jeruzalem te leiden. Financiële middelen uit de staatskas en particuliere stichtingen vloeien voor dit doel rijkelijk. Zo wordt het vervoer van Israëlische Arabieren die in het noorden van Israël wonen naar Jeruzalem bekostigd.

En passant spendeert het Turkse Internationale Coöperatie- en Ontwikkelingsagentschap (TIKA) veel geld en middelen om gebouwen in de Oude Stad van Jeruzalem die het eigendom zijn van moslims te beschermen en te herstellen. Vandaar ook het nieuwe fenomeen van het zwaaien met Turkse vlaggen en het portret van Erdogan in het Oude Stad.

Als zelfbenoemde hoeder van de heilige stad Jeruzalem laat Erdogan geen gelegenheid voorbijgaan om Israël aan te vallen, als Jeruzalem weer eens het nieuws haalt. Zo schilderde Erdogan de ”ontwerpwet op de muezzin” (met als doel minder geluidsoverlast bij islamitische gebedsoproepen) af als een „poging van Israël om de status van de islam in het heilige land te kleineren.” En toen Israël metalen detectors wilde plaatsen op de Tempelberg, na de moord op twee Israëlische grenssoldaten door Palestijnse terroristen, betitelde de Turkse president deze veiligheidsmaatregelen als „Israëls poging om soevereiniteit te demonstreren op de Tempelberg.”

Diefstal

Vanuit hetzelfde oogpunt kijkt Erdogan naar de Jeruzalemverklaring van Donald Trump. Die is voor het Turkse staatshoofd een nieuwe stap naar de „judaïsering van Jeruzalem.” Daarom vroeg Erdogan Trump om op zijn verklaring terug te komen en zijn besluit niet uit te voeren. Hij riep ook andere staten op niet in Trumps voetsporen te treden.

Met heel deze dadendrang valt Erdogan ook Israëls legitimiteit aan. Op de top van de Organisatie van Islamitische Samenwerking toonde Erdogan vier verschillende landkaarten van Israël. Daarmee wilde hij „Israëls diefstal van Palestijns land” bewijzen.

Erdogan en zijn adviseurs beseffen heel goed dat confrontaties met niet-islamitische landen zoals Duitsland, Nederland, de VS en natuurlijk Israël Erdogans populariteit onder de doorsnee Turkse burgers verhogen. Zij zien deze daden als een demonstratie van macht van een sterk Turkije, zoals in de dagen van het Ottomaanse rijk.

De extroverte, ondiplomatieke natuur van president Erdogan, diens gebruik van de Turkse straattaal in combinatie met een vroom moslimprofiel, creëren het imago van een unieke populistische leider. En weer diende Jeruzalem voor hem als een reddingsboei om hem voor een politieke storm te behoeden.

De auteur is Turkijeanalist aan het Moshe Dayan Center for Middle Eastern and African Studies, Tel Aviv University. Dit artikel verscheen eerder in Mida.