Duurzame landbouw vereist interlandelijke verdragen

„De Nederlandse boeren behoren óók als je naar duurzaamheid kijkt tot de wereldtop.” beeld ANP, Koen Suyk

Er moeten, net als voor het klimaat, een of meer internationale landbouwakkoorden komen, willen boeren in de toekomst duurzamer kunnen produceren, betoogt Steven van Westreenen.

Wie verhalen in de media leest, kan zomaar het beeld krijgen dat boeren weinig met duurzaamheid ophebben. Het tegendeel is waar. Wie met boeren spreekt, hoort warme verhalen over een gesloten kringloop, koeien in de wei en alle ruimte voor een zo natuurlijk mogelijke productie. En voor veel boeren blijft het niet bij mooie woorden. Zij brengen hun idealen in de praktijk. Steken de nek uit door hiermee te experimenteren én te investeren. Tot zover dus geen enkel verschil tussen wat de boer wil en de samenleving van hem verwacht.

Wanneer er echter een eerlijke prijs gevraagd wordt om al die duurzaamheid terug te verdienen, staat de wagen vaak snel stil. Hoog tijd dus voor een duurzaam verdienmodel!

Voor een deel van de boeren is de oplossing eenvoudig. Zij kunnen zich richten op Nederlandse consumenten die veel belang hechten aan duurzaamheid én bereid zijn de prijs te betalen die daarbij hoort. De consument moet meer verleid worden om dat te gaan doen. Een nationaal landbouwakkoord zou daarbij meer dan welkom zijn, om snel en veel meters te kunnen maken. Laten we daarbij ook oog hebben voor de noodzaak van kortere ketens. Daarmee kunnen we enerzijds de marges verbeteren en anderzijds de consument verbinden aan de producent.

Ondertussen moet de overheid consumenten voorlichten, onnodige regels opruimen en samenwerken op de markt gaan toestaan. Nu worden restproducten bijvoorbeeld grotendeels als afval gezien, waardoor ze niet inzetbaar zijn als grondstof. Dit zit circulariteit in de weg. Dus opruimen die belemmeringen!

Wereldspeler

Een eerlijk product voor een eerlijke prijs. Klinkt logisch, en is ook logisch. Maar helaas: zo simpel zit de wereld niet in elkaar. Want zélfs als de helft van de Nederlandse consumenten overstapt op duurzame consumptie, dan is nog maar zo’n 15 procent van de productie hiermee geholpen. Kikkerlandje Nederland is namelijk de tweede landbouwexporteur ter wereld en daarmee een wereldspeler van formaat. Waar Nederlandse consumenten wellicht nog tot het betalen van een eerlijke prijs te verleiden zijn, zitten buitenlandse consumenten daar helemaal niet op te wachten. Wie voor de wereldmarkt produceert, moet opboksen tegen concurrenten die hun neus vaak ophalen voor duurzaamheid.

Sommigen zeggen: stop met die export, dan verbeteren natuur en milieu in Nederland veel sneller. Mijn antwoord zou zijn: En dan? Zou daar iemand mee gediend zijn? Nee, integendeel. Allereerst de economie niet, die dan tientallen miljarden aan export misloopt waardoor veel banen in de hele voedselketen verloren gaan. Het remmen van de export helpt natuur en milieu óók al niet, als je het op wereldschaal bekijkt. De Nederlandse boeren behoren óók als je naar duurzaamheid kijkt tot de wereldtop.

De landbouw tot productie voor eigen land beperken, is dus als het schoonvegen van het eigen straatje met oogkleppen op. Ronduit kortzichtig. En dan hebben we het nog niet eens over het feit dat de intensieve veehouderij veel restproducten uit de economie verwerkt die anders ongebruikt vernietigd zouden moeten worden.

Voortouw

Eigenlijk is het eenvoudig. Er moeten, net als voor het klimaat, een of meer internationale landbouwakkoorden komen. Nederland zou daarin het voortouw moeten nemen. Iedere keer als er nieuwe internationale handelsverdragen gesloten moeten worden, is daarvoor een uitgelezen kans.

Onderdeel van die akkoorden zou wat mij betreft ook de eiwittransitie moeten zijn. Denk aan de mogelijkheden van de wondere wereld van insecten, zoals krekels. En wat te denken van het terugdringen van de dierlijke consumptie van gewassen die rechtstreeks door de mens kunnen worden geconsumeerd?

Nu blijkt echter iedere keer weer dat wel de belangen van de grote bedrijven in die onderhandelingen worden meegenomen, maar dat duurzame ontwikkeling voor de landbouwsector volstrekt genegeerd wordt. Sterker: nieuwe verdragen leiden vaak juist tot meer concurrentie tegen de laagst mogelijke prijs. Dan rem je duurzame ontwikkeling juist.

Daarom: geen woorden meer. Het belang van een duurzame landbouw moet blijken uit de verdragen die de regering met andere landen sluit!

De auteur is eigenaar van een landbouwadviesbureau.