Ds. Egas: Beleg bidstond om schuld verdeeldheid te belijden

Kanselruil
Ds. A. A. Egas, ds. J. A. Weststrate, en ds. J. J. van Eckeveld beeld RD, Anton Dommerholt
2

Laten we nu samen in een bidstond onze schuld aan de kerkelijke verdeeldheid belijden, reageert ds. A. A. Egas.

Tijdens het symposium ter gelegenheid van het veertigjarig ambtsjubileum van onze ambtsbroeder ds. J. J. van Eckeveld hebben we de hartelijke oproep gedaan aan het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten om de mogelijkheid te onderzoeken zijn kansels open te stellen voor die dienaren des Woord waarmee men zich geestelijk één weet. Dit in het licht van de kerkelijke verdeeldheid. Deze vraag heeft een reeks van reacties opgeroepen.

In een van die reacties (RD 22-9) werd een citaat van Thomas Watson weergegeven dat de noodzaak van die oproep nog eens heel krachtig onderstreept: „De kerkelijke verdeeldheid is er oorzaak van dat velen atheïst zijn geworden.” Waarom brengt deze ontzettende waarheid ons niet tot een gezamenlijke verootmoediging voor de Heere? Hoe kunnen we toch steeds gescheiden optrekken en die schuld voor de Heere vermeerderen? Zien we om ons heen niet hoe ons vaderland zich steeds verder van God en Zijn Woord afkeert? Is de kerkelijke verdeeldheid hiervan niet een van de oorzaken?

Mede daarom ben ik diep geraakt door de geestelijke bijdrage van ds. G. Hoogerland (RD 15-9). Wat heeft hij de verdeeldheid diep gepeild als schuld tegenover God, onszelf, de wereld en ons nageslacht. Heeft die indringende boodschap ons op de knieën gebracht? Wie van ons heeft zich voor God verootmoedigd? Het is zo ontzettende stil gebleven na deze aanklacht. Weten we er ten diepste geen raad mee en gaan we er daarom maar stilzwijgend aan voorbij?

Schuld belijden

In dit licht nodig ik alle predikanten die op mijn oproep hebben gereageerd –naast ds. Hoogerland ook ds. J. Roos, ds. D. Heemskerk, ds. W. Silfhout en ds. A. Kort– om samen met mij en allen die lijden aan de kerkelijke verdeeldheid een bidstond te houden waarin we, voor het aangezicht van de alwetende Heere, Hem bidden om de Geest van verootmoediging en de schuld van onze verdeeldheid belijden. Hoe kan de Heere tot de kerk en ons land wederkeren wanneer die kerk niet openlijk haar schuld belijdt?

De boodschap van ds. Hoogerland heeft ons vanuit Gods Woord onweerlegbaar laten zien dat de kerkelijke verdeeldheid schuld is. Hoe kunnen we verder leven voor Gods aangezicht wanneer we Hem niet aanlopen als een waterstroom om deze schuld te vergeven? Kunnen we gewoon ons kerkelijke leven voortzetten met een openstaande schuld voor God? Is de geestelijke ingezonkenheid die we alom binnen onze kerken ervaren niet het gevolg van ons weigeren om de schuld van de kerkelijke verdeeldheid niet alleen in de binnenkamer, maar ook openlijk voor Hem belijden?

Het kan toch niet blijven bij goedbedoelde woorden, waarin we de noodzaak van kerkelijke eenheid belijden maar ondertussen de verdeeldheid in stand houden? Heeft onze Koning van de Kerk niet gezegd: „Wie is een wijs bouwer? Hij die Mijn woorden hoort en doet.”

Geliefde broeders, overweeg deze dingen voor Gods aangezicht en laten we komen tot een gezamenlijk en openlijk belijden van onze schuld voor God. Wie weet, de Heere mocht Zich tot ons wenden en Zich genadiglijk over ons ontfermen en Zijn Kerk tot bloei brengen, en zou in die weg niet de toenadering tot elkaar worden geopend? Zou er in deze weg niet een krachtig getuigenis uitgaan naar de wereld, opdat ook die zou geloven?

Rechte weg

In de verschillende reacties wordt de verontrusting geuit of het allemaal kerkordelijk wel kan, onder anderen door dr. C. S. L. Janse in De Saambinder. Als liefhebber van ons kerkrecht, zoals vastgelegd in de Dordtse Kerkorde, zou ook ik willen waken voor wildgroei. Integendeel, laten alle dingen binnen de kerk met goede orde geschieden. Daarom heb ik ook een tweetal mogelijkheden voorgesteld. In de eerste plaats kunnen de synodes van de verschillende kerkverbanden komen tot het openstellen van de kansels voor elkaar, zoals dat onlangs gebeurd is tussen de HHK en de CGK.

Wanneer dit nu nog een stap te ver zou zijn, heb ik gewezen op de tweede mogelijkheid. Namelijk dat een kerkenraad, waar toch ook een grote verantwoordelijkheid ligt om te zoeken naar geestelijke eenheid, die een predikant van een ander kerkverband wenst voor te laten gaan, hiertoe een verzoek richt aan de classis. Het zou hierbij overigens, om voorzichtig te beginnen, kunnen gaan om een doordeweekse dienst.

De bewuste predikant houdt dan voor de classis een preek, waarop zij vervolgens besluit om deze toestemming al of niet te verlenen. Dit is immers een bevoegdheid die kerkrechtelijk toekomt aan de classis. Denk aan een student die zijn opleiding heeft afgerond en zich beroepbaar heeft gesteld. Hij kan alleen bevestigd worden na een gehouden preekvoorstel voor de classis. Dezelfde weg is ook noodzakelijk voor een predikant die van een ander kerkverband wenst over te komen.

Eer, behoud, welzijn

Wanneer er zo geestelijk herkenning mag worden ervaren, kan dit niet leiden tot een verdere verdeeldheid in eigen kerkverband. Dat is een ongegronde vrees. Integendeel, er zou een krachtig getuigenis uitgaan, juist ook naar onze jeugd, waaronder er veel zijn die zo’n moeite hebben met de kerkelijke verdeeldheid. Zij en wij met hen mogen dan ervaren dat er een eenheid is rondom het Woord, ondanks de kerkmuren.

Wie verlangt er niet naar een oprechte beleving van die eenheid? Het gaat om de eer van de Koning van de Kerk, om het behoud van de zielen die buiten zijn en het geestelijk welzijn van de kerk. Treft in dezen ons niet het vermaan van de apostel Paulus: „Daarom, richt weder op de trage handen en de slappe knieën.”

De auteur is predikant van de christelijke gereformeerde kerken te Nieuwkoop en Vianen.