Den Haag heeft hulp van buiten nodig

„Den Haag kampt met een historisch gegroeide kloof tussen bovenklasse en onderklasse.” beeld ANP, Peter Bakker

Auto’s in brand, uit de hand gelopen vuurwerk, vernielingen... Den Haag was weer in het nieuws. Wat is er aan de hand? De wortels van de problemen liggen in de geschiedenis. Het begrijpen van de unieke roeping van dit dorp dat stedelijke proporties aannam, is de sleutel naar oplossingen.

De nederzetting Die Haghe of Den Hag(h)e (betekenis: het bos) ontstond toen graaf Floris IV een kavel met landhuis kocht en daar een bescheiden kasteel bouwde, op de plaats waar nu het Binnenhof is. Zijn zoon Floris V voltooide de Ridderzaal ernaast. Den Haag werd de residentie van de graven van Holland. Door geen bestaande stad te kiezen, stootten ze geen van de steden voor het hoofd. En hier in de duinen konden ze mooi jagen.

’s-Gravenhage bleef een dorp. Het gebied van het Binnenhof werd wel versterkt als ware het een stadje. De huidige Gevangenpoort was een toegangspoort. Eromheen ontstond een nederzetting, buiten de muren, dus onbeschermd. Daardoor kon het dorp in 1479, 1489 en 1528 worden geplunderd. Het had in die tijd al circa 8000 inwoners, meer dan veel steden.

Stadsrechten

Toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een bestuurscentrum nodig had, werd gekozen voor Den Haag. Opnieuw omdat de gewesten niet wilden kiezen voor een van de steden. En praktisch: het dorp Den Haag had al accommodatie in de vorm van de Ridderzaal, evenals logeergelegenheid.

Het dorp groeide gestaag verder, tot circa 40.000 inwoners in 1800. Uiteindelijk gaf de Franse koning Lodewijk Napoleon Den Haag in 1806 stadsrechten, hoewel die feitelijk, in 1795, net waren afgeschaft. Inmiddels was Den Haag na Amsterdam en Rotterdam de grootste stad van Nederland.

Dat is nog steeds zo. Niet alleen omdat de bestuurders ambtenaren nodig hebben, maar ook omdat allerlei organisaties waarvoor lobbywerk belangrijk is (VNO-NCW, Shell), of die azen op overheidsopdrachten (TNO), graag hun kantoren dicht bij het bestuurlijke centrum hebben.

Veel eigen industrie heeft Den Haag nooit gehad. De beter betaalde mensen gingen wonen op ”het zand”: de strandwallen. De huizen van de armere mensen stonden vaak op de lagere en dus vochtige delen: ”het veen”. Veel van die mensen voelen zich verbonden aan hun wijk.

Beperkte binding

De groei van de plaats maakte de aanleg van nieuwe infrastructuur nodig. Opvallend is dat er vaak wel mooie plannen waren, maar dat de realisatie niet werd voltooid, waardoor er veel ‘losse eindjes’ zijn.

Tijdens het Twaalfjarig Bestand maakte stadhouder Prins Maurits een begin met het beschermen van de bevolking door singelgrachten met ophaalbruggen aan te laten leggen, maar tot verdere vestingwerken kwam het niet. De hoofdvaarroute van Schiedam via Delft naar Leiden en Amsterdam kreeg een aftakking naar Den Haag, maar die liep dood, evenals het Verbindingskanaal, dat nooit tot een verbinding met de zee heeft geleid (afgezien van de vissershaven van het later geannexeerde dorp Scheveningen mist de stad een zeehaven). Het spooreindpunt Den Haag-Centraal zit niet op de doorgaande route Amsterdam-Leiden-Delft-Rotterdam en bij het vervangen van het centraal station is dat zo gelaten. Een gemiste kans.

Het in 1908 goedgekeurde stadsuitbreidingsplan van Berlage is slechts deels gerealiseerd. Verkeersverbindingen zoals het Prins Bernhardviaduct lopen stuk op bebouwing; dit viaduct wordt nu half afgebroken. De snelweg Rotterdamse Baan, die momenteel in aanleg is, zal doodlopen, nota bene bij het Centraal Station. In de wijk Binckhorst mogen marktpartijen 5000 woningen bouwen, maar er is niet gedacht aan scholen en fietspaden.

Het patroon blijft hetzelfde: bestuurders gaan en komen, maken soms grootse gebaren, maar maken hun werk niet af. Ze voelen zich onvoldoende verantwoordelijk voor de bewoners. Hun binding met de stad is vaak beperkt. Dat geldt nog meer voor de diplomaten en medewerkers van internationale organisaties. Ze wonen een tijdje in Den Haag en verdwijnen dan weer.

Wonen onbetaalbaar

Dit gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef bij de bestuurlijke elite versterkt de kloof met de gewone mensen. Die leven hun eigen leven en verwachten weinig meer van de bestuurders. Tekenend hiervoor is de opgestoken middelvinger in het standbeeld van stripheld Haagse Harry op de Grote Markt. De vreugdevuren op het strand in Scheveningen en Duindorp waren ook bedoeld als opgestoken middelvingers naar de elite op ”het zand”, die kantoortorens en flats met luxe appartementen laat bouwen, waardoor het dorpse en tegelijk deftige karakter van Den Haag is aangetast en wonen onbetaalbaar is geworden.

Groep De Mos / Hart voor Den Haag is de politieke vertaling van deze onvrede. Deze partij heeft met ”ombudsmanpolitiek” geluisterd naar de bewoners en vertaalt dat in politieke standpunten. Maar na het bevoordelen van horeca-ondernemers is deze partij weer uit het college en hebben de partijen van de gevestigde orde de macht weer in handen. „Groep de Mos voelt zich nog steeds bestolen van de macht en de andere partijen vertrouwen de van corruptie verdachte partijleider niet” (AD, 29-12). Hoe komt de stad uit de problemen?

Helende kracht

In zijn boek ”The City Called - A theology of the city, her pain and her redemption” (Serving the Nations, Ede, 2016) laat Pieter Bos zien dat elke stad uniek is en iets van het karakter van God zelf in zich heeft. Den Haag typeert hij als Internationale Rechter.

Inderdaad heeft deze stad een lange traditie in internationaal recht. Dat begon bij Hugo de Groot. Zijn ”De iure belli ac pacis” (”Over het recht van oorlog en vrede”) uit 1625 vormt nog steeds de basis voor het moderne volkenrecht. In Den Haag werden veel vredesverdragen gesloten. De Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht in 1893 vormde het begin van de vestiging van deze juridische organisatie in Den Haag. De vredesconferentie in 1899 leidde tot de oprichting van het Permanente Hof van Arbitrage, ook gevestigd in Den Haag. Er volgden meer van dergelijke organisaties, zoals het Internationaal Gerechtshof.

De Haag afficheert zich nu als ”City of Piece and Justice”, en daarom is ”verschaffer van vrede en gerechtigheid” wellicht een betere typering van de door God aan deze stad gegeven roeping. In de woorden van Psalm 85: „Gerechtigheid en vrede kussen elkaar.”

Maar binnen Den Haag gaat het er dus niet zo vredig aan toe. Ook Bos wijst op de historisch gegroeide kloof tussen bovenklasse en onderklasse. Hij laat ook een verlossingsrichting zien: die van dienstbaar leiderschap. Pas als dat gestalte krijgt, kan bij de gewone mensen een besef van trots ontstaan dat zij mogen bijdragen aan het belangrijke werk dat in en vanuit Den Haag wordt gedaan, en aan het welzijn van de stad zelf. Dit kan beginnen binnen de kerk, met nederig leiderschap, door een heterogene groep mensen. Zo kan de kerk een helende kracht voor de stad worden.

Vrede voor de stad

Er valt nog meer te zeggen. In de eerste plaats: juist omdat Den Haag dorp bleef, was zij acceptabel als neutraal bestuurscentrum en zo werd zij geschikt als een centrum van internationaal recht. De zwakte werd zo een sterkte. Dat is iets om te koesteren. Dus niet proberen om andere steden te imiteren met bijvoorbeeld hoogbouw, maar juist dat ‘dorpse’ karakter bewaren.

Ten tweede: als vrede en gerechtigheid het wezen van de stad zijn, dan moet dat ook in de stad zelf gestalte krijgen. Vrede volgt daarin op gerechtigheid. Het werken hieraan begint in de christelijke gemeente: in het belijden van schuld voor het onrecht dat de bevolking is aangedaan. Vervolgens in het bidden voor de stad. Dat zij zelf, ook intern, een stad van vrede en recht mag zijn. Het werken daaraan is vervolgens een gezamenlijke opgave van burgers, organisaties en, niet in de laatste plaats, het stadbestuur.

Het verkiezingsprogramma van Groep de Mos laat hiervoor heel veel bruikbare ideeën zien, al mist deze partij de visie op het karakter van de stad. Een van de sterke punten is de aandacht voor de afzonderlijke wijken. Vaak zijn dit geannexeerde dorpen, zoals Loosduinen. Hier wil de partij het oorspronkelijke karakter behouden en versterken. Maar deze partij is niet bepaald vriendelijk ten opzichte van allochtonen en dat zit vrede en gerechtigheid in de weg. Christenunie/SGP laat meer visie zien en begint wél met ”Vrede voor de stad”.

Voortrekkersrol

Pieter Bos laat in zijn boek zien dat in de Bijbel de stad is als een moeder die haar kinderen verzorgt en beschermt. Dat heeft Den Haag van begin af aan nagelaten. Deze moeder jaagt nu zelfs haar eigen kinderen het huis uit: er zijn voor gewone mensen bijna geen betaalbare woningen meer. Sociale huurwoningen worden gesloopt en maken plaats voor luxe appartementen. Wat is crimineler, dat beleid of die extra openingsuren voor de horeca?

‘Moeder’ Den Haag wordt overigens ook gehinderd door de wijdere omgeving: buurgemeenten die te weinig sociale huurwoningen bouwen, het promoten van Nederlands vastgoed als beleggingsobject voor buitenlandse investeerders, het beleid van de Europese Centrale Bank en de toestroom van mensen van buiten Den Haag, waardoor de vraag naar woonruimte toeneemt.

De wereld is ingewikkeld geworden en vrede en gerechtigheid lijden hieronder. Maar juist hier kunnen de Nederlandse regering en de in Den Haag gevestigde internationale instellingen een voortrekkersrol spelen: in het vinden van nieuwe wegen, zodat vluchtelingenstromen afzwakken in plaats van sterker worden en het vrije verkeer van mensen binnen de EU wordt ingeperkt. Het zou geweldig zijn als de internationale instellingen in Den Haag zouden meedenken over oplossingen voor de stad en de wereld.

Voor de huisvestingsproblematiek zou een simpele wettelijke maatregel op nationaal niveau kunnen helpen: verbied het eigendom van meer dan twee huizen, tenzij de eigenaar een coöperatie is waarvan de leden bewoners of toekomstige bewoners zijn. Dat weert speculanten en huisjesmelkers en brengt woningcorporaties terug bij hun roeping. Dat is typisch een maatregel op landsschaal, maar de stad Den Haag kan er het voortouw in nemen. De andere grote steden zullen graag meedoen.

Bos en duin

Ook de buurgemeenten kunnen Den Haag helpen, en niet alleen met huisvesting. Hugo de Groot is opgegroeid in Delft en heeft daar wellicht de creativiteit meegekregen die kenmerkend is voor die stad. Daarin weerspiegelt zij de Schepper. De gedegen juridische opleiding volgde De Groot in Leiden. De universiteiten van Leiden en Delft hebben inmiddels nevenvestigingen in Den Haag – onderzoekers en studenten daarvan kunnen oplossingen bedenken.

Voor de huisvesting is het combineren van ”wonen” en ”groen” een optie. Daarvoor kan worden samengewerkt met partijen uit het naburige Westland. Het zou Den Haag terugvoeren naar zijn oorsprong als hof-stad, als stad in het groen van bos en duin. Bovendien: het zou gezond zijn als bewoners van Den Haag iets konden opsnuiven van de werkersmentaliteit van de Westlanders.

De stad heeft onorthodoxe oplossingen nodig, maar de ambtelijk-juridische elite mist de visie, creativiteit, veerkracht, daadkracht en volharding om deze te bieden. Er is echt hulp van buiten nodig. Hier ligt een ereschuld van Nederland aan de stad die al zo lang zijn bestuurlijke centrum is. De paus doet in dergelijke situaties graag een beroep op „alle mensen van goede wil.” Dan is er hoop voor de stad en de wereld (urbi et orbi). Den Haag als stad van gerechtigheid en vrede. Daarin verdwijnen bewuste en onbewuste frustratie en woede bij bewoners en kan de jaarwisseling op waardige wijze worden gevierd.

De auteur is werkzaam aan de Erasmus Universiteit en doet onder andere onderzoek naar authenticiteit. Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.