De SGP had al vroeg diverse concurrenten

Er wordt wel eens gesuggereerd dat de SGP in 1937 veel stemmen verloren zou hebben aan de NSB, maar daar is géén duidelijk bewijs voor. Foto: Ds. Zandt, ds. Kersten en ir. Van Dis op weg naar de Tweede Kamer. beeld RD

De SGP kreeg tijdens het interbellum concurrentie van twee andere getuigenispartijen. Beide mikten op de hervormd-gereformeerde kiezer. Door ‘feeling’ met de achterban wist de SGP haar kiezers grotendeels te behouden.

Naar aanleiding van het feit dat de SGP de oudste politieke partij van Nederland is geworden, stond in het RD (11-2) een mooi artikel. Het zette in met een beschrijving van de Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij (HGS) van ds. C. A. Lingbeek (1867-1939), een afsplitsing van de CHU. Een partij die alleen tijdens het interbellum (de periode tussen de twee wereldoorlogen) bestond. Het artikel ging in op de vraag waarom de HGS niet meer bestaat en de SGP nog wel. De belangrijkste reden is wel dat ds. G. H. Kersten (1882-1948) meer politicus was dan Lingbeek. Diverse Tweede Kamerleden wilden na verloop van tijd zelfs niet meer discussiëren met Lingbeek.

Getuigenispartij

Bij Lingbeek stond getuigenis voorop. Dat kwam terug in de grondslag van de HGS. De partij had als program de Tien Geboden, die men uitgewerkt had op het gebied van het staatkundige leven. Ook was de partij een echte hervormde partij. Er was maar één ware kerk en dat was de Nederlandse Hervormde Kerk, ondanks haar verscheurdheid en verdeeldheid toch de planting Gods. Lingbeek was zowel tegen Rome als tegen de Afscheiding. Dr. A. Kuyper (1837-1920) kon in Lingbeeks ogen weinig goed doen, alhoewel hij hem als persoon wel zag als een genie. Hij volgde dr. Ph. J. Hoedemaker bijna klakkeloos na. Dat betekende dat Lingbeek (net als de SGP) voor een onverkort Artikel 36 van de NGB was. Hij vond dat de overheid de ware religie moest bevorderen en partij moest trekken voor de hervormde kerk als de staatskerk.

Met Kersten had Lingbeek weinig op. Volgens hem preekte Kersten „een stug, benauwend puritanisme” en was zijn leer „volstrekt niet oudgereformeerd.” Zo vond Lingbeek dat de Afscheiding een revolutionair en individualistisch streven was, een vrucht van de Franse Revolutie. Lingbeek ontkende voorts de antithese en wilde openbare scholen met de Bijbel (overigens wilde de Barneveldse predikant ds. E. Fransen dat ook, hij vond het ijveren voor christelijke scholen verkeerd en wilde godvrezende onderwijzers op openbare scholen). Verder was Lingbeek ruimer in zijn opvattingen over vaccinatie, verplichte verzekeringen en de zondagsrust.

Exotische attractie

In mijn biografie van Lingbeek, ”Om het behoud van protestants Nederland. Biografie van C.A. Lingbeek, dominee en politicus” (2016), geef ik nog een aantal argumenten waarom de HGS teloor ging en de SGP niet. Zo werd Lingbeek meer gezien als een ietwat exotische attractie, een kanselredenaar die de lessenaar in de Tweede Kamer gebruikte als kansel en zeer antipapistisch was. Hij rende door de Tweede Kamer en maakte een ietwat schichtige indruk. Een prachtig doelwit voor spotprenttekenaars. Degenen die de HGS steunden, waren vaak hervormde confessionele predikanten, docenten en enkele vooraanstaande burgers, meer elitair. De HGS trok voornamelijk stemmen uit de grote steden (Den Haag, Amsterdam, Arnhem). Het confessionele kerkvolk stemde veelal nog CHU.

De SGP kreeg aan het eind van het interbellum concurrentie van nog een specifiek hervormd-gereformeerde partij, namelijk de Christelijke Nationale Actie (CNA) van prof. dr. H. Visscher (1864-1947), die géén zetel behaalde (Tweede Kamerverkiezingen 1937), maar er wel voor zorgde dat de SGP van drie zetels naar twee zetels terugging. Ik heb de CNA-stemmen in kaart gebracht en in veel gevallen zie je dat haar winst ten koste van de stemmen op de SGP ging. Veel hervormd-gereformeerde predikanten, voornamelijk gegroepeerd rondom het Gereformeerd Weekblad van Visscher, steunden de CNA. Ook ds. I. Kievit (Baarn) steunde Visscher. Tot die tijd stemden veel hervormd-gereformeerden op de ARP en op de SGP (ds. P. Zandt).

Stemmenverlies

Er wordt wel eens gesuggereerd dat de SGP in 1937 veel stemmen verloren zou hebben aan de NSB, maar daar is géén duidelijk bewijs voor. De HGS daarentegen verloor wél stemmen aan de NSB. Dat kwam vooral doordat HGS-hoofdbestuurslid, agitator en volksmenner ds. mr. L. C. W. Ekering (1889-1964) van Amsterdam in 1936 de overstap maakte naar de NSB en dat ook publiekelijk verwoordde. In 1939 bezette Ekering zelfs een gemeenteraadszetel namens de NSB in Amsterdam. Sowieso hadden veel Amsterdamse hervormde confessionele predikanten een wat dubbelhartige houding tegenover het nationaalsocialisme.

Terecht werd in het artikel geconstateerd dat Kersten pragmatischer was en de belangen van de boeren en de vissers verdedigde. Kersten was tegen een overheid die de leefsfeer van de burgers binnendrong. Belangrijk voor de huidige SGP is dat zij de ‘feeling’ met haar achterban blijft houden. En dat is een moeilijke opdracht, want die achterban verandert in een razendsnel tempo.

De auteur is docent economie en burgerschap aan het Hoornbeeck College te Kampen. Hij onderzoekt als buitenpromovendus aan de Vrije Universiteit Amsterdam het protestants-nationalisme, in het bijzonder in de Nederlandse Hervormde Kerk (1917-1945).