Coronavirus knaagt ook aan kerkdienst

Kerk en corona
„Nu samenkomsten in het kerkgebouw niet mogelijk zijn, is het uitzenden van de dienst een snelle oplossing.” beeld Cees van der Wal

„Dit is een nieuwe realiteit.” Eén weekje coronamaatregelen zette Nederland rigoureus op z’n kop. Winkelstraten ogen uitgestorven, op het schoolplein is het de hele week zaterdag en daar waar de kerkklok nog luidt, loopt maar een enkeling de kerk in. Het is alsof de klok van de samenleving stilstaat en een reusachtige mierenhoop plotseling in winterslaap is geraakt.

Maar niets is minder waar. De stilte op straat is misleidend want achter gesloten deuren gaat veel creativiteit schuil. Webshops en bezorgdiensten nemen de taak van de fysieke winkel uit handen. Het docentenkorps maakt meer overuren dan ooit om leerlingen op afstand actief te houden. Ook kerken vinden nieuwe wegen om hun gemeenteleden te bereiken.

Rode draad daarbij is dat onderlinge ontmoetingen plaats maken voor telefonische en digitale contacten. Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar er ontstaan snel allerlei inventieve oplossingen. Een videovergadering was vroeger alleen weggelegd voor regeringsleiders maar is nu werkelijk kinderspel. Kun je oma niet bezoeken? Videobellen via WhatsApp of Skype is dan een goed alternatief.

Het onderwijs gebruikt al diverse vormen van afstandsleren maar daar kwamen deze week ineens originele aanvullingen op: een klassenvergadering in Microsoft Teams, uitleg aan leerlingen via Instagram Live, een dagopening op YouTube en een Bijbelvertelling via de kerktelefoon.

Kerkbank

Ook kerken bedachten creatieve oplossingen, zoals meditaties per podcast en belijdeniscatechisatie via WhatsApp. Diverse predikanten spraken deze week niet alleen hun eigen gemeente toe maar zetten de kerktelefoon open voor alle internetters of openden een YouTube-kanaal. Sociale media zorgden voor grote bekendheid, zodat een preek of meditatie in enkele dagen 40.000 of 50.000 keer beluisterd of bekeken werd.

Kennelijk rechtvaardigen de bijzondere omstandigheden ongebruikelijke methodes om leerlingen of luisteraars te bereiken. Die voorzien vervolgens ook in een grote behoefte. Hetzelfde gebeurde deze week bij de sterk toegenomen vraag om kerk-tv. Dat is overigens een misleidende term, want het in beeld brengen van een kerkdienst heeft niets met televisie te maken, zoals een kerktelefoon niet te vergelijken is met een radio of een telefoon.

Het spreekt vanzelf dat kerken vorige week geen diepgravende afweging konden maken rond kerkdiensten op afstand. Nu samenkomsten in het kerkgebouw maar zeer beperkt mogelijk zijn, is het uitzenden van de dienst een snelle oplossing. In tijden van zo’n crisis zijn meeleven en saamhorigheid van groot belang. Bij soortgelijke perioden van onzekerheid door rampen en oorlogen nam het kerkbezoek vaak toe, maar nu dat onmogelijk is, zijn deze digitale voorzieningen een uitkomst.

Op zo’n moment tellen vooral de voordelen, maar er zijn ook veel vragen. Een van de belangrijkste is welke invloed deze onlinediensten hebben op het gemeente-zijn. Een kerkelijke gemeente is meer dan een videoboodschap op een scherm, waarschuwt een Amerikaanse onderzoeker deze week in Baptist Press. Hoe blijf je gemeenteleden vasthouden als deze crisis niet een paar weken duurt maar vele maanden? Wat betekent dat voor het pastoraat, de catechisaties, de verenigingen? Hoe houd je jongeren vast die nu al liever uitslapen dan naar de kerk gaan? Hoe voorkom je dat leden ongemerkt ‘buiten beeld’ raken, nu die lege plaats in de kerkbank niet opvalt? Hoe ga je om met digitale kerkverlating nu de drempel laag is om over te schakelen naar een geliefde predikant elders? Dat zal nog eerder gebeuren als er in een gemeente een leesdienst wordt gehouden.

De huidige situatie is weliswaar uniek in de kerkgeschiedenis, maar over sommige vragen is in het verleden ook al nagedacht. Zo had de zeventiende-eeuwse theoloog Gisbertus Voetius er geen enkele moeite mee als gemeenteleden in een stad met meerdere kerken vooral de predikant van hun voorkeur opzochten en gingen beluisteren. Hij noemde het „de zotheid gekroond” dat iedere kerkganger in zijn eigen kerkgebouw zou moeten zitten. Een opvallend standpunt, waar kerkenraden nu niet blij mee zullen zijn. Hoe kun je dan acht slaan op „de gehele kudde”, zoals Paulus de kerkenraad van Efeze opdraagt? Zeker in tijden van zorgen en ziekte zijn meeleven en gemeenschappelijk gebed binnen de eigen gemeente van groot belang, ook al is het via een digitale verbinding. Dat onderstreept de noodzaak om oplossingen te bedenken voor catechisatie, ziekenbezoek en verenigingswerk.

Ook de discussie over meeleven op afstand heeft oude papieren. Bekend zijn de voorbeelden van studenten en families die in het buitenland meeluisteren met de eigen gemeente. De kerktelefoon is al meer dan een eeuw oud en uit 1930 dateren de zorgen over gemakzucht en over het volgen van de dienst „onder het genot van een kopje thee en misschien wel bij het roken van een beste sigaar.” Toen deze audioverbindingen nog niet mogelijk waren, leefden predikanten en gemeenteleden schriftelijk mee, via telegrammen of pastorale brieven. De geschiedenis daarvan gaat terug op de Vroege Kerk en uiteraard op de brieven in de Bijbel.

Een gevoelige kwestie betreft het uitzenden van de kerkdienst in beeld, vergeleken met de traditionele kerktelefoon. De toegevoegde waarde van beeld bij spraak is snel duidelijk, zoals geluid meerwaarde heeft ten opzichte van een geschreven tekst. Soms wordt het belang van beeld weersproken door te wijzen op Paulus, die het verband legt tussen het geloof en het gehoor. Ten onrechte, want ”gehoor” betekent in Romeinen 10 de prediking, de boodschap. Daar gaat het niet alleen om het beluisteren van spraak, maar ook om het verstaan en opvolgen van het bevel van God in die prediking. Het zien van de prediker draagt daar zeker aan bij. Tegelijkertijd zijn er ook nadelen aan verbonden: bij Amerikaanse tv-predikanten lijkt de nadruk meer te liggen op hun eigen voordracht dan op het Woord van God.

Bekering

Bij al deze goedbedoelde alternatieven blijft er wel één vraag onbeantwoord. Het spreekt vanzelf dat mensen zich nu vooral druk maken over de vraag hoe ze besmetting met het virus kunnen voorkomen. God vraagt van hen echter niet alleen dat ze naar elkaar omzien en zich verantwoordelijk gedragen, maar ook dat ze tot inkeer komen en zich bekeren van hun dwaalwegen. De Heidelberger Catechismus belijdt in zondag 1 dat zij die in Christus geloven bij Hem geborgen zijn in alle omstandigheden, zowel in het leven als daarna.