Corona versplintert de samenleving

Bezinning
Alles wijst erop dat het thuiswerken en thuisleren niet helemaal teruggedraaid worden zodra de mondkapjes overbodig worden. beeld iStock

Er zal een zucht van verlichting en dankbaarheid door gemeenten zijn gegaan, dinsdagavond, toen de eerste geruchten naar buiten kwamen dat de limiet voor het aantal kerkgangers vervalt. Maar de anderhalvemeterregel blijft. Wordt die op de lange duur toch het ‘betonrot’ voor de samenleving?

Corona is op z’n retour, zoveel is wel duidelijk. Velen halen opgelucht adem. Af en toe klinkt nog de bewering dat het virus niet veel meer slachtoffers heeft geëist dan een stevige griep. Die komt van onruststokers die over het hoofd zien dat dit virus wel degelijk vijf tot tien keer dodelijker is. Maar vandaag zal de 10 miljoenste besmetting vastgesteld worden en passeert het aantal sterfgevallen de grens van een half miljoen. In de Verenigde Staten werd deze week het grootste aantal besmettingen tot nu toe vastgesteld, 37.000 op één dag. In Brazilië is de stijging nog sterker. Wereldwijd bezien is corona helemaal niet op z’n retour. Dat de maatregelen in Nederland versoepeld kunnen worden, betekent niet dat het wel meevalt met het virus maar dat de aanpak hier effectief is geweest.

Het stof van deze pandemie is dus nog lang niet neergedaald. Toch zijn er wel een paar conclusies te trekken. De maatregelen die genomen werden, hebben vrijwel alle sectoren van de samenleving geraakt. Een van de ingrijpendste stappen is de plicht om afstand van elkaar te houden. Er is een knop omgegaan: mensen lopen met een boogje om elkaar heen in de supermarkt, houden afstand bij familiebezoek en schuiven niet meer tegen elkaar als de kerkbank bijna vol zit. Rituelen veranderen: ooit was minister Verdonk beledigd omdat een imam haar geen hand wilde geven – nu is dat wereldwijd de standaard geworden. Vorig jaar was er nog discussie over het verbod op gezichtsbedekkende kleding in het openbaar vervoer, nu zijn mondkapjes verplicht.

Teams

De onderlinge ontmoetingen verschralen dus. Wat komt daarvoor in de plaats? Het gebruik van videoverbindingen nam afgelopen maanden zeer sterk toe. Miljoenen mensen hadden tot voor kort nooit gehoord van Microsoft Teams of van Zoom. Een halfjaar geleden telde Zoom 10 miljoen gebruikers per dag, inmiddels zijn het er 300 miljoen. Ook het gebruik van concurrent Teams is in vier maanden tijd met een factor negen gestegen. Dat zijn ongekende groeicijfers. Bij andere programma’s als Facetime, Skype, Hangouts, WebEx en WhatsApp zijn die minder spectaculair, maar ook daar is vaak sprake van flinke groei.

Deze week publiceerde het Britse bureau voor communicatie Ofcom cijfers over de invloed van de lockdown. Het aantal volwassenen dat wekelijks videobelt, is in enkele maanden tijd verdubbeld tot 70 procent en bij 65-plussers zelfs verdrievoudigd. De directeur onderzoek van Ofcom, Yih-Choung Teh, verwacht dat de lockdown „een blijvende digitale erfenis achterlaat. Het coronavirus heeft de manier waarop we online leven, werken en communiceren radicaal veranderd, waarbij miljoenen mensen voor het eerst onlinevideodiensten gebruiken.” Hij staat daarin niet alleen. Wie bladert door dit soort onderzoeken, ziet dat de meeste managers en schoolleiders verwachten dat er een wissel is omgegaan. Thuiswerken en thuisleren zullen niet afgeschaft worden zodra de mondkapjes overbodig zijn. Hetzelfde geldt voor een digitale sollicitatie, een videoconsult met de huisarts en de onlinefamiliereünie. Die worden even gewoon als thuisbankieren en online winkelen.

Maar zijn die veranderingen ook verbeteringen? Corona heeft de digitale communicatie in een stroomversnelling gebracht en dat heeft z’n mooie kanten. Een deel van de leerlingen presteert beter bij onderwijs op afstand. Thuiswerken heeft nadelen, maar de reistijd is een stuk minder. De kerkbanken bleven leeg, maar driekwart van de kerkelijke gemeenten begon met uitzenden van doordeweekse meditaties, Bijbelstudies of dagsluitingen.

Scheppingsgave

Toch is er alle reden voor christenen de vinger aan de pols te houden en kritische vragen te stellen bij de verschraling van de onderlinge contacten. De mens is een sociaal schepsel. De Heere God sprak op de zesde scheppingsdag: „Het is niet goed dat de mens alleen zij.” Persoonlijke ontmoetingen zijn een scheppingsgave. Ze zijn onmisbaar in huwelijk en gezin, de gemeente en het onderwijs. Paulus schreef aan de broeders in Rome en Thessalonica dat hij hen graag wilde ontmoeten. Johannes wijst op de meerwaarde van persoonlijk contact boven een brief: „Ik hoop tot ulieden te komen en mond tot mond met u te spreken, opdat onze blijdschap volkomen moge zijn” (2 Johannes 1:12). Zelfs de lichamelijke aanraking heeft een centrale plaats in de Bijbel -denk aan de genezingen en de handoplegging- terwijl het verbod daarop, bij onreinheid of een besmettelijke ziekte, gelijkstond aan uitsluiting uit de gemeenschap.

Met andere woorden: dat het coronavirus deze intense relaties doorbreekt, is niet zomaar een nare bijkomstigheid, maar berooft de mens van een essentiële scheppingsgave. Digitale middelen die een deel van die beperking opheffen, mogen we gerust een zegen noemen: denk aan de manier waarop velen nu de kerkdiensten volgen. Een veelgenoemd gevaar van deze onlineontmoetingen is de lage drempel naar zondig vermaak, maar er is een ander nadeel dat minder in het oog springt en toch verontrustend is. Digitale ontmoetingen en de opvolgers ervan in de virtuele werkelijkheid missen steeds een belangrijk dimensie. De warme gevoelslaag van liefde, troost, verdriet en vertrouwen is nauwelijks over te brengen. Dat is eenvoudig te begrijpen door je voor te stellen dat je telefonisch of via een videoverbinding definitief afscheid moet nemen van je geliefde, zonder iemand diep in de ogen te kunnen kijken, aan te kunnen raken, samen de handen te vouwen of nog even in de deuropening achterom te kijken.

Waar digitaal contact de dominante verbinding wordt tussen mensen, neemt de individualisering toe en komt de samenleving in gevaar. Het is als betonrot dat ongemerkt de fundamenten van een gemeenschap verkruimelt tot er alleen los zand over is. Dat gevaar bestaat ook voor de christelijke gemeente. Kerk, school, gezin en werk staan voor de zware taak om de handen ineen te slaan, egoïsme en gelijkheidsdenken te bestrijden en gemeenschapszin, burgerschap en naastenliefde te bevorderen. Laat niemand het daarbij verwachten van menselijke organisatie maar van verootmoediging rondom het Woord, van het gemeenschappelijk gebed en bovenal van Hem van Wie kracht uitging naar degene die Hem aanraakte.