Contextualisatie van Evangelie is geen verwereldlijking

Het is belangrijk bewust te contextualiseren. Wie dat niet doet, zal onbewust sterk gecontextualiseerd zijn aan een andere cultuur, namelijk die van hemzelf. Uiteindelijk leidt dat tot een vertekening van de christelijke boodschap. beeld iStock

Het nieuwe calvinisme is volgens ds. M. van Sligtenhorst „op veel momenten gelijk aan antinomianisme en verwereldlijking van het christendom” (RD 4-9). In dit verband wordt ook The Gospel Coalition (TGC) genoemd. Ten onrechte. TGC zoekt aansluiting bij de ons omringende cultuur en samenleving om de boodschap van het Evangelie over te brengen op een manier die, menselijkerwijs gesproken, begrijpelijk is.

20190401_154129_webNieuwe calvinisme vereist veel kritischer houding

Antinomianisme staat voor de opvatting dat christenen zich niet meer aan Gods morele wetten hoeven te houden. Is het verwijt van antinomianisme en verwereldlijking aan het adres van TGC, een wereldwijd netwerk van gereformeerde christenen dat in de VS is ontstaan, terecht? Ds. Van Sligtenhorst erkent dat TGC een Bijbelse stellingname heeft bij ethische onderwerpen op het gebied van huwelijk en seksualiteit. Dit maakt direct duidelijk dat een algemeen verwijt van antinomianisme richting het netwerk niet juist kan zijn. We kunnen dit verduidelijken aan de hand van de belijdenis van TGC. (Zie www.tgcnederland.nl/basisdocumenten.)

Deze belijdenis stelt dat wij geloven dat een ijver voor persoonlijke en publieke gehoorzaamheid uit vrije rechtvaardiging voortvloeit. Dat doet zij in verband met de rechtvaardiging van de goddeloze uit genade alleen, door geloof alleen, op grond van het werk van Christus alleen.

In paragraaf 10 van deze belijdenis staat het volgende: „Goede werken vormen het onmisbaar bewijs van reddende genade. Levend als zout in een wereld die aan het bederven is en als licht in een wereld die duister is, moeten gelovigen zich noch terugtrekken in afzondering van deze wereld, noch zich zo opstellen dat ze niet te onderscheiden zijn van haar. Integendeel, we moeten goeddoen aan de stad, want alle heerlijkheid en eer van de volken komt alleen aan de levende God toe. Omdat we erkennen wiens geschapen orde dit is, en omdat we burgers zijn van het Koninkrijk van God, moeten we onze naasten liefhebben als onszelf, goed doen aan allen en vooral aan de huisgenoten van het geloof.”

Tegencultuur

De conclusie mag kort en duidelijk zijn dat TGC geen antinomianisme propageert. Maar hoe zit het dan met de vraag naar verwereldlijking? In dit verband wordt vaak gewezen op twee zaken: op de vorm en stijl van bijeenkomsten van TGC (en andere nieuwe calvinisten) en op de manieren waarop men probeert de mensen in onze samenleving te bereiken met het Evangelie. In beide gevallen gaat het om een kwestie van contextualisatie: in hoeverre zoeken we aansluiting bij de ons omringende cultuur en samenleving om de boodschap van het Evangelie over te brengen op een manier die, menselijkerwijs gesproken, begrijpelijk is?

Binnen TGC is over dit onderwerp uitvoerig nagedacht. De waarheid van het Evangelie en de van nature zondige wereld maken dat de kerk een tegencultuur is. Tegelijk zal de kerk zich verstaanbaar willen maken naar de mensen in onze samenleving, omdat ze anders niet bereikt worden. Helemaal opgaan in en ons volledig identificeren met de ons omringende cultuur is dus niet mogelijk. Maar evenmin is totale isolatie van de ons omringende cultuur een optie.

Over deze dingen zal iedereen het wel eens zijn. We doen allemaal op een bepaalde manier aan contextualisatie. De vraag is dan: Hoe? Waar liggen de grenzen? Wat is aanvaardbare contextualisatie en waar verwordt dit tot ”verwereldlijking”? Er zou al veel gewonnen zijn als we de discussie met elkaar langs deze lijnen zouden kunnen voeren. Laten we als gereformeerde en reformatorische christenen samen naar de Bijbel gaan om deze vragen te kunnen beantwoorden. Voor een weldoordachte visie op contextualisatie kunnen we terecht bij Tim Keller, een van de grondleggers van TGC. Keller gaat in zijn boek ”Centrum-Kerk” (met name hoofdstuk 7 t/m 10) uitvoerig in op deze thematiek. We geven een samenvatting van zijn visie.

Levensvragen

De manier waarop we het Evangelie brengen, kunnen en moeten we aanpassen aan de capaciteiten en overtuigingen van ons gehoor. Paulus doet dit voortdurend. Afhankelijk van zijn publiek belicht hij het ene of het andere aspect van het veelzijdige Evangelie. Contextualisatie is niet: ”mensen vertellen wat ze willen horen.” Als je goed contextualiseert, krijgen mensen juist Bijbelse antwoorden. Contextualisatie zorgt ervoor dat mensen antwoorden krijgen op levensvragen in een taal en een vorm die ze kunnen begrijpen, ook al zijn ze het er misschien niet mee eens.

De uitdaging is om de boodschap van het Evangelie zo te verwoorden voor een nieuwe cultuur, dat de boodschap niet onnodig vreemd overkomt, terwijl tegelijk het aanstootgevende karakter van de Bijbelse waarheid niet wordt verdoezeld. Het Evangelie legt een verbinding met de cultuur, maar gaat tegelijk de confrontatie aan. Te weinig of te veel contextualisatie maakt verkondiging vruchteloos! Als in een preek de Bijbelse waarheid wordt gecontextualiseerd, wordt die waarheid in verband gebracht met het dagelijkse leven, met de hoop, verhalen, angsten en zonden van de mensen. Als we gelovig en deskundig contextualiseren, begrijpen de mensen dat de diepste verlangens van hun hart alleen in Jezus Christus tot vervulling kunnen komen.

Vertekening

Contextualisatie heeft niet alleen met de manier van Evangeliebediening te maken, maar ook met de inhoud. Je moet aansluiten op de bezwaren en vragen van mensen uit een bepaalde cultuur over het geloof. Elke vorm van Evangeliebediening is aangepast aan een bepaalde cultuur. Daarom is het belangrijk bewust te contextualiseren. Wie dat niet bewust doet, zal onbewust sterk gecontextualiseerd zijn aan een andere cultuur, namelijk die van hemzelf. Uiteindelijk leidt dat tot een vertekening van de christelijke boodschap. We zijn dan gemakkelijk bezig met het verheffen van menselijke tradities tot Bijbelse waarheid.

Keller baseert zich op Romeinen 1 en 2 en 1 Korinthe 1:22-25. In 1 Korinthe 9:2 vinden we de reden voor contextualisatie: „Voor allen ben ik alles geworden, om in ieder geval enigen te behouden.”

Contextualisatie heeft alles te maken met een hoge opvatting van de Bijbel. Als de Bijbel ons vrijlaat of zwijgt over iets, moeten we geen onnodige struikelblokken op het pad brengen van mensen met cultureel bepaalde opvattingen. We moeten voorkomen dat luisteraars afhaken omdat wij ons cultureel gezien aanstootgevend opstellen, in plaats van dat het Evangelie dat doet. Goede contextualisatie is daarmee een daad van onzelfzuchtigheid, van liefde, zodat mensen de stem van Christus kunnen horen en verstaan. Tegelijk moeten we het aanstootgevende van het kruis niet uit onze boodschap weglaten. Wat helder en onontkoombaar in de Bijbel staat, moeten we niet afzwakken of weglaten.

Laten we bescheiden en op een constructieve manier de dialoog aangaan over de theologische principes van waaruit we denken en handelen, zonder elkaar meteen van wereldgelijkvormigheid of bekrompenheid te beschuldigen.

We moeten wel contextualiseren en dat doen we allemaal, of we dat nu weten of niet. Maar hoe kunnen we elkaar daarin aan de hand van de Schrift opbouwen en aanscherpen? Dat is de uitdaging die we ons zouden moeten geven en die wij graag oppakken.

De auteurs zijn initiatiefnemers en bestuursleden van TGC Nederland.