Zeven of vijf

beeld iStock

Gedwongen huwelijken vanwege een voorhuwelijkse zwangerschap; je hoort er niet zo vaak meer van. Binnen de kerk niet en niet daarbuiten. Niet omdat buiten de kerk geen buitenhuwelijkse zwangerschappen voorkomen, maar daar is het huwelijk als zodanig steeds meer uit zwang geraakt.

Het minder voorkomen van gedwongen huwelijken kan natuurlijk veel oorzaken hebben. Het betekent dus niet dat hedendaagse jongeren meer dan vroeger bereid en in staat zijn om gemeenschap voor het huwelijk te vermijden. Haastig moet daarbij gezegd worden dat ongetwijfeld ook nu nog veel christelijke jonge mensen op een Bijbelse wijze toegroeien naar een huwelijk. Hen mag niet tekort gedaan worden.

Overigens heeft de term ”gedwongen huwelijk” een nieuwe beladenheid gekregen. In de samenleving wijst het op uithuwelijken. En huwelijksdwang is bij de wet verboden. Om misverstanden te voorkomen lijkt het dus beter om binnen het christelijke leven een andere, liefst iets minder beladen, uitdrukking te gebruiken.

De algemene kerkelijke regel is dat openbare zonden ook openbaar beleden worden. De openbare schuldbelijdenis (die ook voor de kerkenraad of een delegatie daarvan kan plaatshebben) komt in de praktijk nagenoeg alleen voor in de context van het zevende gebod. Omdat een zwangerschap de zonde aan het licht brengt. Openbare schuldbelijdenis van een zonde tegen een van de andere geboden komt zelden voor. Vooral omdat die zonden vaak niet openbaar komen.

Het is voor jonge mensen (daar gaat het meestal om) een taaie weg naar die schuldbelijdenis. Terwijl de oprechte schuldbelijdenis een vreugde in zich heeft; de zonde is ermee afgehandeld. Klaar, niemand heeft meer te wijzen, niemand heeft het recht erop terug te komen. Want er is bij de Heere meer genade dan er bij de mensen zonde is.

Er speelt bij alle overwegingen nog een vraag die te veel is genegeerd. Moet er schuldbelijdenis gedaan worden vanwege de zonde tegen het zevende gebod? Prof. dr. W. H. Velema was zeker niet de eerste toen hij jaren geleden tot de conclusie kwam dat bij een voorhuwelijkse zwangerschap bij een jong stel moeilijk gesproken kan worden van echtbreuk of overspel in de zin van het Bijbelse porneia. De ethicus prof. dr. J. Douma viel hem bij en bepleitte om in voorkomende gevallen schuldbelijdenis te laten afleggen vanwege zonde tegen het vijfde gebod; ongehoorzaamheid aan vader en moeder. Men grijpt vooruit op het huwelijk zonder dat met toestemming van de ouders en met wettiging van de overheid het huwelijk voltrokken is.

Het is te makkelijk om te zeggen: Wat maakt het uit, wie tegen één gebod zondigt, is schuldig aan alle geboden. De kerk dient zorgvuldig en in liefde (ook) in deze zaken te handelen, opdat de naaste recht wordt gedaan en gewonnen voor Christus. Dat maakt het zeker de moeite waard zich over de vraag van het zevende dan wel het vijfde gebod nog eens te buigen.