Wilders-zaak draait om serieuze rechtsvraag

beeld ANP, Remko de Waal

Heeft oud-justitieminister Ivo Opstelten zich nu wel of niet op een onbehoorlijke manier bemoeid met de strafzaak tegen PVV-leider Geert Wilders? De advocaat van Wilders, mr. Geert-Jan Knoops, meent van wel. Munitie vindt de strafpleiter in een recente Kamerbrief van de huidige justitiebewindsman, CDA’er Ferd Grapperhaus. Het schrijven bevestigt het bestaan van een korte aantekening van een regulier overleg tussen Opstelten en de OM-top van april 2014, waaruit overigens niets meer blijkt dan dat in dit onderhoud onder meer de ‘minder-Marokkanenzaak’ aan de orde is geweest.

Natuurlijk vormt dat in de verste verten nog geen bewijs voor de nogal boude stelling dat Opstelten het OM tijdens dit beraad zou hebben gedwongen om in de zaak-Wilders tot vervolging over te gaan, zonder de rechtbank en de Tweede Kamer van die aanwijzing in kennis te stellen. Wie wil proberen om van een beladen strafzaak een circusvertoning te maken, komt met het wekken van half onderbouwde suggesties echter meestal al een heel eind. Zo ook in dit geval. Knoops wil dat Opstelten onder ede wordt gehoord en de hogerberoepszaak tegen de PVV-politicus kan pas worden voortgezet nadat het gerechtshof over dat verzoek heeft beslist.

Hoe men ook over Wilders en de ‘minder-minder-minder-Marokkanen-uitspraak’ denkt, deze tussenstap is je reinste tijdverspilling. Wie achter de strafvervolging de sturende hand van een minister vermoedt, miskent namelijk dat de publieke betekenis van deze zaak dermate groot was dat het OM geen andere keus had dan uit volle overtuiging naar de rechter te gaan.

Of justitie het een politicus toestaat om zijn aanhang in een openbare ruimte te laten scanderen dat ze minder Marokkanen willen, is niet om het even. Als dat mag in een horeca-etablissement aan het Haagse Plein mag het ook in een buurthuis in Spijkenisse of een ander PVV-bolwerk. En als een Kamerlid van PVV-huize het mag, dan is er ook groen licht voor een politicus van bijvoorbeeld DENK. Dat is nogal wat.

Een politicus beknotten in zijn recht op het vrije woord mag alleen als daar zwaarwegende redenen voor zijn. Maar de piketpaaltjes die de bijbehorende grens markeren, zijn al lang geslagen; niet alleen in het nationale recht, ook door het door Wilders zo versmade Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Wie het over religies heeft, mag ver gaan in zijn uitspraken. Wie iets heftig te berde wenst te brengen over individuele burgers moet rekening houden met bepalingen waarin belediging, aanzetten tot discriminatie en aanzetten tot haat strafbaar zijn gesteld.

In deze zaak laat justitie toetsen of daar in het geval van Wilders sprake van was. Niet meer en niet minder. Dit is een inhoudelijke vraag die serieuze behandeling verdient. Pogingen om daar een spektakelstuk van te maken, voegen niets toe en doen slechts afbreuk aan het gewicht van een dergelijk proces.