Welke koers wil regime Iran volgen?

Iraniërs protesteren zaterdag bij de universiteit van Teheran tegen het regime en spreken hun steun uit voor de slachtoffers van de vliegramp van vorige week. beeld EPA, Abedin Taherkenareh

Toen de Amerikaanse president Donald Trump vorige week op Twitter dreigde 52 Iraanse doelen „snel en keihard” aan te vallen, kwam er al snel een snedige reactie van zijn Iraanse collega Hassan Rohani. „Zij die aan het getal 52 refereren, moeten zich ook het getal 290 herinneren”, twitterde hij met hashtag #IR655. Trump verwees met de 52 doelen naar het aantal Amerikanen dat Iran in 1979 gegijzeld hield in de Amerikaanse ambassade in Teheran. Rohani maakte op zijn beurt een toespeling naar de 290 doden die vielen toen Amerikanen in 1988 per abuis de Iraanse lijnvlucht IR655 uit de lucht schoten.

Inmiddels kunnen de Iraniërs zelf een dergelijk incident bijschrijven op de zwarte bladzijden van hun geschiedenis. Het regime gaf zaterdag ruiterlijk toe dat het Oekraïense toestel dat afgelopen woensdag bij Teheran neerstortte, door een Iraanse raket was geraakt. Generaal Amir Ali Hajizadeh zei dat de Boeing 737 was aangezien voor een kruisraket. „Ik neem de volledige verantwoordelijkheid voor dit incident”, gaf hij aan. Ook president Rohani ging diep door het stof.

De erkenning kwam opmerkelijk snel: Rusland heeft ruim vijf jaar na de ramp met de MH17 en ondanks zware bewijslast nog altijd zijn betrokkenheid niet toegegeven. Voor Iraanse critici kwamen de berouwvolle woorden echter alsnog te laat. Generaal Hajizadeh maakte zaterdag namelijk duidelijk dat hij de autoriteiten nog op dezelfde dag over de fout had bericht. De erkenning kwam echter pas drie dagen later.

Dat gegeven schoot oppositionele Iraniërs in het verkeerde keelgat. In Iraanse steden gingen duizenden mensen zaterdag de straat op. Daarmee lag de periode van nationale eenheid, die even was hersteld na de Amerikaanse liquidatie van generaal Qassem Soleimani, weer aan flarden. De demonstranten voelden zich opnieuw voorgelogen door hun leiders en riepen leuzen als ”Dood aan de leider”, doelend op ayatollah Ali Khamenei, de opperste leider.

Nog opmerkelijker was echter dat ook traditioneel regeringsgezinde media de autoriteiten hard aanpakten. De hoofdredacteur van de nieuwsdienst van de Revolutionaire Garde, Kian Abdollahi, bestempelde de pogingen van de regering om te liegen over de toedracht van de crash als net zo „catastrofaal” als de vliegramp zelf.

Het roept de vraag op welke koers het Iraanse regime nu wil volgen. Het kan de demonstraties framen als een gevolg van Amerikaanse opruiing en zo binnenlandse steun verwerven voor een consistent vijandig beleid. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Dominic Raab, opperde echter een andere weg. „Ze kan ook stappen nemen om de spanning te verminderen en de diplomatieke weg volgen.” Het valt te vrezen dat het regime voor de eerste route kiest. Het is overbodig te zeggen dat de suggestie van Raab meer aanbeveling verdient. De autoriteiten kunnen de roep daartoe echter ook recht voor hun eigen voordeuren horen.