Wees niet te voorzichtig met het duiden van de coronacrisis

Nederland
Deze Pinksterweek is reden tot gebed of Gods Geest halflege kerken mag doorwaaien. beeld Jasper Stam

Het leek de belangrijkste vraag van afgelopen week: mogen we wel of niet op vakantie? Het is begrijpelijk dat mensen na een paar maanden lockdown het gevoel hebben dat ze er eens uit moeten, hetzij door weer eens buiten de deur te eten of door een vakantie te boeken.

Toch roept het de vraag op wat we als Nederlanders hebben geleerd van deze coronacrisis. Wereldwijd overlijden er elke dag circa vijfduizend mensen door het coronavirus, terwijl er dagelijks nog tienduizenden mensen door besmet raken. Is het dan wijs om op reis te gaan, om zo snel mogelijk die coronamisère te vergeten?

In deze week van Pinksteren mag diezelfde vraag in het bijzonder gesteld worden aan christenen. Wat hebben zij geleerd? Dat op Tweede Pinksterdag de kerken weer dertig gemeenteleden mochten ontvangen, is reden tot dankbaarheid. Of juist reden tot verwondering dat God de deuren toch open laat gaan terwijl er nauwelijks tekenen zijn van verootmoediging, reformatie en bekering?

De manier waarop christenen deze coronacrisis geduid hebben, loopt sterk uiteen. Deze week legde baptistenvoorganger Bottenbley een nadrukkelijk verband met de tekenen van de eindtijd die Jezus noemt in Mattheüs 24: oorlogen, hongersnoden, aardbevingen en besmettelijke ziekten.

Hij is niet de enige die de crisis betitelt als een ”wake-upcall”, een roepstem van God om mensen stil te zetten en tot inkeer te brengen. Anderen benadrukken dat de crisis een afrekening is, omdat de mens Gods schepping heeft aangetast.

In veel beschouwingen worden de woorden ”oordeel” of ”straf” zorgvuldig gemeden, omdat die meteen de vraag oproepen wie dan de schuld voor deze coronacrisis op zijn geweten heeft.

Het is veelzeggend dat deze schuldvraag zo gevoelig ligt. De Bijbel toont op meerdere plaatsen dat God er niet op uit is om mensen zomaar te straffen. Profeten die de oordelen van God aankondigden, wezen vaak nationale zonden als oorzaken aan. Die uitspraken kunnen niet zonder meer worden toegepast op de samenleving van 2020. Maar het is wél een belangrijke les dat zij vaak zichzelf erbij inbegrepen als medezondaars. Daniël, Jeremia en Nehemia zijn voorbeelden van profeten en leiders die nadrukkelijk in de wij-vorm spraken. Wij hebben tegen U gezondigd, wij hebben goddeloos gehandeld, onze ongerechtigheden getuigen tegen ons. Of, zoals de Engelse puritein John Owen schreef: „Alle vreselijke en verschrikkelijke daden van God in de wereld behoren door een ieder van ons aangenomen te worden als bestraffingen om onze zonden.” Deze week van Pinksteren is daarom reden om te bidden of Gods Geest de halflege kerken mag doorwaaien, om ons te overtuigen van zonde en tot inkeer te brengen.