Strijd tegen etnisch profileren moet geen schimmengevecht worden

beeld ANP, Bart Maat

Een operationele noodzaak. Zo omschreef de hoogste politiebaas Erik Akerboom in 2017 het voornemen om meer diversiteit te krijgen in de samenstelling van de nationale politie.

Akerboom reageerde op de verzuchting van klokkenluider Max Daniel, politiecommissaris en in de top zestig van de politieleiding de enige met een niet-westerse achtergrond. Die zag de al eerder geuite doelstelling van meer diversiteit met lede ogen verzanden, al was het maar doordat de instroom van nieuwe agenten uit andere culturen stagneerde en het streefdoel van 25 procent niet werd gehaald.

Nadien is er rond dit thema merkbaar ongemak ontstaan. De interne actiegroep Pharresia voerde de druk op de korpsleiding op met een zwartboek over racistisch getinte incidenten, dat breed media-aandacht kreeg. Een onderzoek in opdracht van het ministerie van Justitie drong aan op meer zorgvuldigheid bij de werving, selectie en begeleiding van nieuwe agenten van niet-westerse komaf omdat zij relatief vaker betrokken bleken bij omkoping en andere integriteitsschendingen. De laatste jaren neemt het aantal conflicten met een vermeend racistisch tintje dat publiekelijk wordt uitgevochten opvallend toe. Dat roept dan weer de vraag op of deze kwesties wel ordentelijk en conform het arbeidsrecht worden afgedaan.

Een vervelende zaak uit 2016, waar de politietop donderdag zelf weer de schijnwerper op zette, bewijst dat hier nog flinke terreinwinst te boeken is. De zaak draait om de hardhandige aanhouding van een Marokkaanse agent in burger buiten diensttijd door collega’s, na een uit de hand gelopen woordenwisseling over diens legitimatie.

De politie-inspecteur onder wiens verantwoordelijkheid dit plaatshad is ervan overtuigd rechtmatig te hebben gehandeld, maar een door hemzelf aangespannen juridische procedure om zijn blazoen gezuiverd te krijgen is nog altijd niet afgerond.

Opvallend is dat de chefs van twee politie-eenheden willen dat er juist naar dit ene voorval en het slepende vervolg nóg een diepgaand onderzoek wordt gedaan, om daar lering uit te trekken. Dat roept vragen op. Komt dit ene voorval zo niet onbedoeld model te staan voor álles wat er volgens de klagende partijen beter kan bij de politie? En raakt de rechtspositie van de agent die zich genoodzaakt zag geweld aan te wenden hierdoor niet te zeer op de achtergrond?

Dat het op een goede manier managen van culturele verschillen binnen de politie een zaak van lange adem is, staat buiten kijf. Dat laat onverlet dat bij het afhandelen van elk conflict waarbij sprake is van vermeende discriminatie behalve zorgvuldigheid ook steeds opnieuw slagvaardigheid is geboden.

De strijd tegen etnisch profileren moet niet ontaarden in een schimmengevecht vol procedures en rapporten over de rug van ervaren agenten met een onberispelijke staat van dienst.