Stof rond brexit nog niet neergedaald

De Britse premier May bevindt zich in zwaar weer nu prominente partijgenoten zich tegen haar brexitplannen hebben gekeerd. beeld EPA, Sean Dempsey

De politieke rust in Groot-Brittannië is nog niet weergekeerd. De afgelopen dagen legden diverse kopstukken uit het kabinet hun functie neer.

Minister van Brexitzaken David Davis kon zich niet verenigen met de gematigde lijn die premier Theresa May voorstaat ten aanzien van het Britse vertrek uit de Europese Unie. Minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson is dezelfde mening toegedaan. Beiden maakten dan ook hun vertrek bekend.

Hun lege plaatsen werden binnen een dag opgevuld. Kennelijk in een ultieme poging van May om de gelederen in haar Conservatieve Partij te sluiten en de brexit alsnog volgens plan te laten verlopen.

Het stof van beide ontslagen was echter nog niet neergedaald toen het volgende probleem zich aandiende. Twee vicevoorzitters van de Conservatieve Partij dienden dinsdag hun ontslag in. Maria Caulfield en Ben Bradley verklaarden dat zij de ‘softe’ brexit die May voorstaat niet kunnen steunen. Zij scharen zich in het kamp van politici die een harde brexit willen – een radicale breuk met de EU en Europese regelgeving.

Het vertrek van de twee vicevoorzitters van de conservatieven is een nieuwe klap voor May. Haar partij is verdeeld over wat de uitkomst moet zijn van de onderhandelingen over de toekomstige relatie met de EU. Bovendien hebben de Tories geen meerderheid in het Britse parlement, waar zij gedoogsteun krijgen van de Noord-Ierse DUP.

De grote vraag is wat de recente ontwikkelingen voor de Britse politiek zullen betekenen. Op korte termijn staat vooral de eenheid binnen de Conservatieve Partij op het spel. Het is niet uitgesloten dat er een vertrouwensstemming over de positie van May komt. Daarvoor moet minimaal 15 procent van de 48 conservatieve parlementariërs een schriftelijk verzoek indienen. Minstens één volksvertegenwoordiger heeft aangegeven dat alk te hebben gedaan.

Ook al zou premier May ongeschonden uit zo’n stemming tevoorschijn komen, dan nog is haar positie wankel. Zeker bij een belangrijk dossier als het vertrek uit de Europese Unie zou een regeringsleider zich op zijn minst van royale steun vanuit de eigen partij verzekerd moeten weten.

Bovendien heeft May onlangs zelf aangekondigd dat ze een substantiële rol voor het Britse parlement ziet weggelegd als het gaat om de verdere besluitvorming rond brexit. De huidige politieke verhoudingen zullen alleen maar zand in de raderen strooien.

En de tijd dringt. In oktober moeten de Britse brexitplannen aan de Europese Commissie worden gepresenteerd. Die is al sceptisch over het Britse ‘shoppen’ in de Europese verworvenheden, vooral op het gebied van de vrije markt. Londen wil weg, maar met behoud van zo veel mogelijk EU-voordelen, is de kritiek.

De Britse politieke verdeeldheid zal de bereidheid van de Europese Commissie om het Verenigd Koninkrijk tegemoet te komen niet bepaald vergroten.