Sprekersloon

beeld iStock

Over vergoedingen voor sprekers zijn kostelijke anekdotes op te lepelen. Meestal gaat het dan over de geringe hoogte van het honorarium. Te veel nog willen verenigingen, scholen of organisaties sprekers van buitenaf, die liefst een avondvullend programma verzorgen, indien mogelijk met veel (bewegende) beelden. Dat alles tegen de laagst denkbare kosten. Breng het onderwerp ter sprake bij veelgevraagde sprekers en de voorbeelden rollen zomaar over tafel; afgescheept te worden met een belegen fles wijn of een notenmandje, een boekenbon of een bloemetje (voor mevrouw thuis). In zijn column bracht ds. J. Belder het onderwerp recent enigszins schroomvallig ter sprake.

De Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV) pakte die draad op en meldde maandag op haar website dat ze een coalitie had gesmeed. Die moest onder leiding van voornoemde predikant komen tot richtlijnen voor sprekersvergoedingen. Het was duidelijk een 1 aprilgrap. Althans van de NPV. Maar daarmee kan het aangesneden probleem niet worden weggegrinnikt.

Natuurlijk mag niet worden gegeneraliseerd; er zijn ongetwijfeld positieve voorbeelden te noemen, waarbij de spreker met een redelijk honorarium en een goede kilometervergoeding tevreden naar huis gaat.

En zeker is er onderscheid tussen de verschillende spreekbeurten. Een tijdrede is iets anders dan een jeugdverenigingsavond; een lezing voor een predikantencontio verschilt, met alle respect, van een leeskring. En een gastcollege op een hogeschool laat zich niet zomaar vergelijken met een gemeentelijke zendingsavond.

Ook is er het punt of sprekers namens een organisatie spreken die hen van een salaris en een reiskostenvergoeding voorziet. Dan kan zo’n bos bloemen een fijne geste zijn.

Maar wie op eigen kosten op pad moet, dient op een redelijke vergoeding te kunnen rekenen. Dan is, met voorbereiding, reistijd en spreektijd, een bedrag van 100 euro nog onder het wettelijk minimumloon – het salaris van, willekeurig, een schoolschoonmaakster. Een bedrag waarvan ook de fiscus nog een deel wil incasseren en waarbij geen rekening is gehouden met reiskosten.

Een coalitie, zoals de NPV suggereerde, zal er niet komen. De diversiteit van sprekers en van al die meer en minder draagkrachtige organisaties is te groot om tot eenduidige tarieven te komen. Trouwens, wie zal die tarieven dan vaststellen en wie zal handhaven? De gereformeerde gezindte kent immers niet een overkoepelend, gezaghebbend orgaan.

Sprekers én uitnodigende organisatie moeten –hoe moeilijk dat misschien ook is– al bij de uitnodiging de vergoeding ter sprake brengen. Het mag niet zo zijn dat sprekers met een gevoel van plaatsvervangende schaamte huiswaarts keren. Helaas gebeurt dat nog te vaak, ook binnen de gereformeerde gezindte.