Senaat moet zich óók in beleid verdiepen

Premier Rutte in de Senaat, beeld ANP, Martijn Beekman.

Moeiteloos sloeg de minister-president zich deze week heen door de algemene politieke beschouwingen in de Eerste Kamer. Allicht heeft dat gemak te maken met de politieke routine die Rutte in ruim zeven jaar premierschap heeft opgebouwd. Hem maakt niemand in Den Haag meer iets wijs. Mogelijk heeft het ook te maken met het feit dat de premier voor het eerst in zeven jaar ook in de Senaat kan bogen op een coalitiemeerderheid, zij het de meest krappe die er bestaat.

Dat Rutte fluitend de eindstreep van het debat haalde, impliceert niet dat de gedachtewisseling achteraf bezien betekenisloos was. En ook niet dat hij eigenlijk niet plaats had hoeven vinden. Dat laatste suggereerde VVD-senator Jorritsma. Algemene politieke beschouwingen in de Senaat? Onzin, meent de voorzitter van het liberale smaldeel in de Eerste Kamer. Volgens haar is het „een fremdkörper” want: „Wij horen hier in de Senaat geen beleidsdebatten te houden.”

Voor Jorritsma’s opvatting valt in zoverre iets te zeggen dat de algemene politieke beschouwingen dit jaar samenvielen met het debat over het regeerakkoord. En aan het regeerakkoord is de Eerste Kamer nu eenmaal niet gebonden, althans niet formeel. Dus waarom zou je er dan een uitgebreide gedachtewisseling over houden met de minister-president?

Maar daar houdt het gelijk van Jorritsma ook meteen op. Want natuurlijk heeft het voor de Senaat wél zin om één keer in het jaar een wat groter beleidsdebat te houden met het gehele kabinet.

Toegegeven, de Eerste Kamer behoort zich te concentreren op de consistentie, de juridische houdbaarheid, de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van wetten. Maar dat kan toch nooit betekenen dat senatoren niet geïnteresseerd zouden zijn in de totale politieke context waarin die wetten worden geschreven en ingediend, een context en duiding die min of meer compact wordt verwoord in een regeerakkoord?

En betekent het gegeven dat de Eerste Kamer soms wordt aangeduid als chambre de reflexion niet net iets méér dan slechts het feit dat in de Senaat elke wet nog eens wordt heroverwogen? Betekent het niet óók dat er in dit college diepgaand wordt nagedacht over de samenhang in het regeringsbeleid, en zijn algemene politieke beschouwingen daarvoor niet bij uitstek een gelegenheid?

Gewoon doorgaan dus met die algemene politieke beschouwingen in de Eerste Kamer. De makke van de hedendaagse politiek is niet dat er te veel wordt gefilosofeerd over de grondslagen, de consistentie en de algemene richting van het beleid, maar te weinig. En dat politici te vaak vluchten in concreetheid, details en techniek.

Daarom: leve de beleidsdebatten, ook in de Senaat!