Prinsjesdag moet in krant komen, maar met minder accent op koopkrachtcijfers

Voorbereiding op Prinsjesdag, beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen.

Wat heeft de gemiddelde burger met Prinsjesdag? Veel, maar dan op een andere manier dan de gemiddelde journalist denkt. Die lijkt er immers vanuit te gaan dat het van het grootste belang is om vóór Prinsjesdag, via lekkende politici of ambtenaren, zoveel mogelijk feiten en feitjes te onthullen: de koopkracht gaat zus of zoveel procent vooruit (of achteruit), de staatsschuld groeit (of daalt) met dit of dat percentage, en die en die groepen in de samenleving zijn dit jaar de pineut.

Veel redacteuren hechten enorm aan dit nieuws. Daarom heeft de journalist die ruim voor ”de derde dinsdag” al met de complete Miljoenennota zwaait, in zijn eigen beroepsgroep zo’n hoge status.

Maar zou dit alles de gemiddelde burger nu echt zo interesseren? Vermoedelijk niet. In de eerste plaats niet omdat het bijna altijd gaat om marginale veranderingen, getalletjes achter de komma, en bovendien om gemiddelden. Wat zeggen zulke cijfers nu eigenlijk over het echte leven? Weinig, beseffen de meeste Nederlanders.

In de tweede plaats niet omdat veel burgers deze getalletjes amper snappen en kunnen plaatsen. Gooi maar in m’n pet, hoor je hele volksstammen denken.

In de derde plaats niet omdat veel kiezers de beloften van vooruitgang en verbetering die in deze cijfers verpakt zit, niet geloven. Ze denken: vorig jaar is er toch ook weinig van terecht gekomen?

In de vierde plaats niet omdat burgers –gelukkig!– minder gericht zijn op hun eigen portemonnee dan wij denken. Zo gaf een SCP-rapport vorige week aan dat Nederlanders grosso modo zeer tevreden zijn met hun leven en hun financiën. En dat dit gevoel van tevredenheid al jarenlang stabiel is, economische crises en teruglopende koopkrachtplaatjes ten spijt.

Oké, dus maar stoppen met al dat Prinsjesdagnieuws, omdat het de burger toch niet interesseert? Nee, dat niet. Laat de media dit jaarlijkse spektakel vooral blijven verslaan en het dicht bij de mensen brengen. Maar dan wel met andere accenten. Laten zij schrijven over de betekenis van de diverse rituelen: de koets, de Troonrede, de met hoogwaardigheidsbekleders gevulde Ridderzaal.

En laat ouders naar aanleiding van deze berichtgeving hun kinderen uitleggen: Kijk, zo werkt de democratie in ons land. We hebben rijke tradities, een vorstenhuis dat weliswaar grotendeels ceremonieel is maar nog steeds in verbinding staat met ons landsbestuur. En: dit is de rol van het parlement en dat de rol van het kabinet. En: elk jaar behoort het kabinet op deze dag haar plannen voor het komende jaar bekend te maken en die daarna in de Kamer te verdedigen.

Wie op die wijze de essentie van Prinsjesdag in het oog houdt, moet er als journalist beslist over blijven schrijven en er als burger over blijven lezen en praten. Maar die mag veel gemekker over lekken en ‘nieuws’ over cijfers achter de komma wel vergeten.