Pinksteren biedt perspectief

beeld Pixabay

Het is opvallend dat zowel op de paasavond als op de pinkstermorgen de discipelen van de Heere Jezus bijeen waren. Op de avond van Pasen waren zij samengekomen achter gesloten deuren. Die waren vergrendeld „om de vreze der Joden.” Op de morgen van het pinksterfeest vergaderden de discipelen met een bredere kring volgelingen van de Heiland. Maar er staat niet dat de deuren potdicht zaten. Kennelijk kon men zomaar in- en uitlopen.

Er was ook wel verschil tussen beide momenten. Met Pasen waren de discipelen eigenlijk totaal verslagen. Hoewel Jezus had voorzegd dat Hij moest lijden, hadden Zijn leerlingen het idee dat het allemaal voorbij was. Hun Meester was gestorven. Zij hadden de haat van de Joden tijdens het proces en de terechtstelling van Jezus gezien. Er was geen verwachting meer. In hun verdriet en moedeloosheid zochten ze elkaar op. Maar de deuren waren gesloten, want de woedende volksgenoten zouden hen wellicht opzoeken.

Op de pinksterdag zaten de discipelen ook bij elkaar. Maar de sfeer was toch anders. Nergens in de Bijbel staat iets van verdriet, gebrek aan moed of angst voor de Joden. Was de vijandschap van het volk en zijn leiders minder geworden? Van de laatsten zeker niet. Want niet lang daarna worden de hogepriester en de Sadduceeën zo nijdig dat ze alle apostelen in de gevangenis zetten (Handelingen 5:18).

De uiterlijke omstandigheden verschilden dus niet zoveel. Er was dreiging, er was vijandschap. Maar de gemoedsgesteldheid van de apostelen was wel anders. Waren ze op Pasen moedeloos en zagen ze geen perspectief; op Pinksteren waren ze vol hoop. Zij zagen niet op de omstandigheden, maar klemden zich vast aan de belofte.

Heel kort voor het moment van de hemelvaart had de Heere Jezus Zijn discipelen gezegd dat ze in Jeruzalem moesten blijven in verwachting van de belofte van de Vader. Die zou de Heilige Geest zenden. Die belofte gaf hun moed. Daarom telde de dreiging niet.

Op Pinksteren herdenkt de christelijke kerk de uitstorting van de Heilige Geest. De vervulling met die Geest gaf Petrus, Johannes, Jakobus en hun medeapostelen moed om in een vijandige wereld vrijmoedig te getuigen van de hoop die in hen was. Daarom vreesden ze de Joodse leiders en de Romeinse rechters niet. Zij spraken zonder enige terughoudendheid over de ene Naam tot zaligheid. Omdat ze leefden uit de hoop dat hun toekomst en die van de gehele christelijke gemeente vastligt. Want er is de belofte van de Vader.

In de eeuwen nadien is veel gedebatteerd over de gaven van Pinksteren. Dan gaat het vaak om tongentaal, genezing van zieken, enzovoorts. Maar de meest bijzondere gave is de komst van de Trooster en het leven naar de belofte van de Vader. Daarom ligt de toekomst van Gods Kerk vast en behoeft ze ook niet de deuren te vergrendelen, maar mag ze vrijmoedig getuigen. Pinksteren is niet alleen vervulling, maar ook verwachting.