Pasen biedt alleen hoop vanwege Goede Vrijdag

Kerk en corona

In de sombere stroom van berichten rond corona valt af en toe een glimpje hoop te bespeuren. Als blijkt dat het aantal patiënten op de ic nauwelijks meer toeneemt of als een land kan berichten dat beperkende maatregelen worden versoepeld, kijken mensen elkaar hoopvol aan: „Gelukkig, het lijkt erop dat we over de top heen zijn.”

De beleving rond een crisis als deze kan echter ook een heel andere zijn. Wie nu zijn oude vader of moeder in het verpleeghuis niet mag bezoeken omdat dit hermetisch afgesloten is, ziet weinig van die hoop. Wie werkt in de zorg en opnieuw een lijkwagen ziet voorrijden, kan de moed in de schoenen zinken. Ouders die thuisonderwijs geven, bedrijven die hun omzet zien decimeren, musici die hun harp aan de wilgen moeten hangen: het valt niet mee om dan lichtpuntjes te ontdekken.

En zo zal het ook zijn voor predikanten die zich voorbereiden op de diensten van Goede Vrijdag en Pasen. Alles was de afgelopen weken al zo ongewoon: besprekingen in kerkenraden gebeurden telefonisch of online. Bij pastorale contacten overheersten verdriet en angst. De reguliere agenda werd volledig doorkruist door andere taken, zodat de christelijke feestdagen bijna buiten beeld raakten. En nu die dagen aanbreken, kan de gedachte aan een lege kerkzaal een voorganger verlammen. Is dit het nieuwe normaal, waar Nederland volgens premier Rutte aan moet wennen? Zal die kerkzaal ooit weer volstromen?

Bijna 2000 jaar geleden zag het er ook duister uit voor de Kerk. Op de kruisheuvel beval de Man van smarten Zijn geest in de handen van Zijn Vader. De list van de kerkelijke leidslieden leek gelukt. De hielen van de Goede Herder waren vermorzeld. De schapen zijn naar alle kanten gevlucht. Maar schijn bedriegt. Drie dagen later bleek de Levensvorst de dood te hebben overwonnen.

„Pasen is het feest van de hoop”, stelde premier Rutte woensdag na zijn bezoek aan een kerk. Terecht. Het is prijzenswaardig dat de minister-president oog heeft voor de betekenis van de christelijke feestdagen.

De basis voor die hoop ligt echter niet in zijn overtuiging dat 17 miljoen Nederlanders samen het coronavirus wel klein zullen krijgen. „We moeten dit met z’n allen doen”, zo beklemtoonde Rutte herhaaldelijk de plicht van iedere Nederlander om verspreiding van het virus te bestrijden.

Begrijpelijk, maar die nadruk op verantwoordelijkheid mag niet los staan van het geloof in een hogere Macht en het besef van afhankelijkheid van Gods zegen. Anders wordt het een vlak verhaal van geloven in eigen kracht, zo van: samen staan we sterk. De boodschap van Pasen staat daar haaks op. Zeker, dat is het feest van de hoop, maar dan vanwege de Goede Vrijdag die eraan voorafging, waarbij Eén uitriep: „Het is volbracht”. God spaarde Zijn eigen Zoon niet, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven.