Onderhuids racisme in de VS leidt tot polarisatie

Racisme
Kenosha. beeld Brandon Bell/Getty Images/AFP

Al weken wordt het nieuws in en uit Amerika gedomineerd door raciale onlusten. De verontwaardiging over het harde politieoptreden jegens Afro-Amerikanen is voor grote groepen in de VS aanleiding om protestmarsen te organiseren. Die lopen niet zelden uit op ordinaire rellen waarbij geweld, vernielingen en plunderingen aan de orde van de dag zijn.

Terecht worden deze protesten afgekeurd. Niet alleen in Amerika door de aanhangers van president Trump, maar ook door christenen (en anderen) in Nederland. De anarchie die hierdoor ontstaat, is in flagrante strijd met de meest fundamentele regels die de Bijbel stelt en met de basisregels voor een democratie.

Meer dan eens wordt gesteld dat de protesten meer te maken hebben met het streven naar ontwrichting van de maatschappij dan met verzet tegen de discriminatie van niet-blanken. Daar zit een kern van waarheid in. Bekend is dat binnen de beweging van Black Lives Matter elementen actief zijn die marxistische dan wel anarchistische ideeën hebben. Ook binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap zijn er groepen die dat onderkennen. Zij betreuren dat radicaal linkse groepen de protesten aanjagen en gebruiken om chaos aan te richten.

Dat alles neemt niet weg dat in de Amerikaanse samenleving nog steeds sprake is van racisme; niet zelden in een vorm die meer onder de oppervlakte zit en soms zelfs niet direct herkenbaar is. Afro-Amerikaanse burgers worden door blanke Amerikanen nogal eens met een zekere neerbuigendheid bejegend – soms op een manier die ogenschijnlijk vriendelijk is. Hoe goed bedoeld ook, zwarte Amerikanen ervaren dit vaak als achterstelling. Alsof ze geen volwaardige medeburgers zijn. Evenzo moeten Afro-Amerikanen zich geregeld dubbel bewijzen voordat ze in hun expertise of in hun geschiktheid voor een functie erkend worden.

Geregeld wordt gewezen naar de Amerikaanse politie. Die zou vooringenomen zijn tegenover zwarten en extra hard tegen hen optreden. De incidenten die de achterliggende maanden aanleiding waren tot protesten vonden hun oorsprong in bruut politie-optreden. Er zijn voorbeelden dat het flink verkeerd is gegaan. Ook kan niet ontkend worden dat bij de Amerikaanse politie mensen met racistische ideeën rondlopen. Maar het is misplaatst te zeggen dat het hele apparaat vergeven is van racisme.

In de huidige situatie in de VS is het probleem van het racisme volstrekt gepolariseerd. Men neemt het op vóór de Afro-Amerikanen of vóór de politie. Het grote gevaar daarvan is dat de situatie verder escaleert. Daarbij heeft de campagne voor de komende presidentsverkiezingen een aanjagend effect. De kandidaten geven elkaar over en weer de schuld van de onlusten. Dat helpt bepaald niet. Amerika heeft behoefte aan een leider die verbindt en de gemoederen weet te bedaren. Dat is een titanenklus, maar wel dringend noodzakelijk.