OM had voorwaardelijk sepot Akwasi beter kunnen én moeten motiveren

beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

De Amsterdams-Ghanese rapper Akwasi, die overigens voluit Akwasi Owusu Ansah heet, heeft geen klagen. Voor zijn opmerkelijke uitspraken van 1 juni op de Dam, die leidden tot 44 aangiftes, een politieverhoor en een gesprek met het OM op 26 augustus, wordt hij niet vervolgd. „Dit is meten met twee maten”, stelden veel critici vrijdag, al snel nadat justitie het besluit van het voorwaardelijke sepot bekend maakte. Iemand bracht ter onderbouwing in herinnering dat ze na een onverstandige, smalende tweet over haar baas zelfs linea recta ontslagen werd.

Inderdaad, dat is pijnlijk, maar wel een kwestie van appels met peren vergelijken. In het strafrecht wordt nu eenmaal een ander toetsingskader aangelegd dan in het civiele recht.

Met zijn aankondiging om de eerste, de beste Zwarte Piet die hij zou tegenkomen persoonlijk op het gezicht te trappen, ging Owusu Ansah, die in dit digitale tijdperk ook voor veel refojongeren geen onbekende is, veel te ver. Bezien in samenhang met de rest van zijn spreektekst én zijn hele optreden was er duidelijk sprake van aanzetten tot mishandeling. Hamvraag is dan ook welke aanknopingspunten justitie had om toch niet tot vervolging over te gaan.

De gekozen schikking komt neer op een laatste waarschuwing plús een soort taakstraf, in de vorm van een publieke herroeping van de omstreden uitspraak. Die milde afdoening levert de rapper een justitiële aantekening op en is op zich verdedigbaar. Toch is er een maar. Dat is hierin gelegen dat Owusu Ansah ook in 2010 en 2011 al de grenzen opzocht van wat strafbaar is, bijvoorbeeld door te zinspelen op het plegen van aanslagen tijdens Sinterklaasintochten. Dat plaatst de schikking in een wat ander licht.

Had de rapper op 1 juni voor het eerst een link gelegd met geweld, dan had het voorwaardelijk sepot ongetwijfeld minder vragen opgeroepen. Nu raak je toch benieuwd waarom justitie het beoordelen van de voorvallen uit 2010 en 2011 én die van dit jaar zo angstvallig van elkaar gescheiden houdt. Vormen die eerdere uitingen niet een verzwarende omstandigheid en had justitie daar niet explicieter op in moeten gaan?

Door dat volledig achterwege te laten, manoeuvreerde het OM zich vrijdag onnodig in een kwetsbare hoek. Het latere tumult over de dienstdoend officier, die in een Amsterdams antidiscriminatiemeldpunt bestuurlijk samenwerkte met een anti-Zwarte Pietactivist en daardoor de beschuldiging van vooringenomenheid niet geheel kon wegnemen, kwam daar nog eens bij.

Jammer, dit verdient niet de schoonheidsprijs.

In de persverklaring beloofde het OM die dag de aangiftes over die oude kwesties alsnog te gaan beoordelen. Dat leidt natuurlijk nergens meer toe, die zijn al lang verjaard. Akwasi is met de schrik vrijgekomen. Maar voor een dergelijk recidivisme was een gang naar de rechter zeker denkbaar geweest.