Nota De Jonge maakt nieuwsgierig naar échte medisch-ethische agenda Rutte III

beeld AMC/Science, Bernadette de Bakker

Het kabinet-Rutte III is inmiddels acht maanden in functie. Dat is te kort voor een stellige beoordeling, maar duidelijk lijkt al wel dat deze regeringsploeg niet als het kabinet van de daadkracht de boeken in zal gaan. Vast staat onder meer dat de wetgevingsmachine de komende maanden nog op stoom moet komen. Over veel beleidsmaatregelen wordt nog gepolderd met het maatschappelijk middenveld.

Het Parlementair Documentatie Centrum rekende onlangs voor dat de bewindslieden in de periode tot 1 juli 70 wetsvoorstellen indienden. Ter vergelijking: Na acht maanden Rutte II stond de teller al op 105.

Ook de nota medische ethiek die minister De Jonge van Volksgezondheid vrijdag presenteerde, heeft niet de uitstraling van een actieprogramma. De bewindsman benoemt een aantal controversiële thema’s, maar hakt nog geen knopen door. Daardoor blijft in het ongewisse of Nederland als eerste land ter wereld een voltooidlevenwet gaat invoeren die het bieden van stervenshulp aan levensmoede burgers gaat legaliseren. Het is verder afwachten of Nederland zich schaart in de rij van landen waar het kweken van embryo’s voor onderzoeksdoeleinden is toegestaan.

Dat Rutte III een pas op de plaats maakt en tijd inruimt voor bezinning is eigenlijk onvoorstelbaar, gelet op de versnelling in de medisch-ethische besluitvorming die in 2016 werd aangebracht door het kabinet-Rutte II. Een voorgenomen verruiming van de embryowet werd al in 2016 door toenmalig zorgminister Schippers ter advies voorgelegd aan de Raad van State. In reactie op de initiatief-voltooidlevenwet van D66-Kamerlid Dijkstra kondigde Rutte II aan te willen komen met eigen wetgeving. Deze regeringsploeg doet dus meer dan de besluitvorming tijdelijk stopzetten, het draait ook eerder genomen besluiten terug.

Van groot belang is nu de vraag hoe de partijleiders van met name D66 en VVD deze koerswijziging zullen uitleggen aan hun achterban. Rutte kan de rustige start van zijn derde kabinet verdedigen door te stellen dat zijn vorige kabinet met een stortvloed aan maatregelen op de terreinen zorg, onderwijs en wonen wel erg veel overhoop haalde. Gemeenten en instellingen happen naar adem en hebben rust nodig om te kunnen werken aan de uitvoering. Maar met welk onderliggend verhaal verdedigt hij de medisch-ethische behoedzaamheid van zijn derde kabinet?

Komt het alleen neer op: met deze vier partijen is gezamenlijke besluitvorming onmogelijk, waardoor er geen ander optie is dan medisch-ethische wetten tijdelijk te parkeren? Of is het: gezamenlijke bezinning is nodig, omdat veel wissels in het verleden lichtzinnig zijn omgezet en de grenzen van de abortus- en euthanasiepraktijk onvoldoende zijn bewaakt?

Om het even is het niet. Sterker nog, er is reden voor christenen om de handen te vouwen, te hopen en te bidden of deze tijdelijke adempauze het begin mag inluiden van een echte ommekeer.