Noord-Koreaan heeft hulp nodig

Boeren op het platteland rond de Noord-Koreaanse stad Kaesong, juni 2017. beeld AFP, Ed Jones

Er is dringend 120 miljoen dollar (zo’n 106 miljoen euro) nodig om te voorkomen dat 3,8 miljoen mensen in Noord-Korea van de honger sterven. Dat staat in de begroting die het humanitaire team van de VN in Noord-Korea woensdag naar buiten bracht. In totaal zouden zo’n 11 miljoen inwoners van het land te kampen hebben met voedseltekorten.

De oproep komt een week nadat de douane in de Rotterdamse haven 90.000 flessen Russische wodka onderschepte, met als kennelijke bestemming Noord-Korea. Het waren weliswaar geen peperdure flessen, maar alles bij elkaar vertegenwoordigden ze toch een behoorlijke waarde. De drank was volgens analisten wellicht voor de entourage van leider Kim Jong-un bedoeld, die daar loyaliteit mee koopt.

Voor Kim zelf worden er in de regel luxere producten geïmporteerd. Het is genoegzaam bekend dat de Noord-Koreaanse leider dol is op lekkernijen zoals de prestigieuze Cristalchampagne en Zwitserse kaas. Maar ook dure horloges, auto’s en tv-toestellen laat hij graag importeren. Met alle luxe zouden volgens VN-rapporten jaarlijks verschillende honderden miljoenen euro’s gemoeid zijn.

Dit uitgavenpatroon wordt in berichtgeving erover vrijwel altijd afgezet tegen het feit dat een groot deel van de bevolking het meest noodzakelijke nog niet heeft. En terecht. Het betekent bijvoorbeeld dat Kim de 106 miljoen euro die nu nodig is voor de meest urgente nood makkelijk op kan brengen.

Daarbij komt dat er bakken geld gaan naar de ontwikkeling van kernkoppen en langeafstandsraketten – geld dat dus niet uitgegeven kan worden aan de ontwikkeling van landbouw, onderwijs of medische zorg. Dat de oogst van vorig jaar uiterst slecht was, kan met zo’n beleid bijna geen verrassing meer zijn.

Hulpverlening aan een land waar het regime dergelijke desastreuze beleidskeuzes maakt, is ingewikkeld. De wereld is niet geroepen het wanbeleid van Kim recht te breien, en zeker niet om impliciet via hulp het regime in het zadel te houden. Mogelijk spelen dergelijke overwegingen mee in de terughoudendheid om te geven: het humanitaire team van de VN in Noord-Korea had in 2018 nog geen kwart van de benodigde hulpgelden binnengekregen.

Het is duidelijk dat hulpverlening aan Noord-Korea onder strikte voorwaarden en onder supervisie moet gebeuren. Niemand heeft zin de wodka van Kim te gaan betalen. Er zal dus tegelijk gestreeft moeten worden naar een nog striktere handhaving van de sancties, zodat luxeartikelen het regime niet meer kunnen bereiken. Daarvoor is de medewerking van China cruciaal. Daarnaast is er hulp nodig. Het humanitaire team van de VN stelt dat het met het beschikbare geld veel mensen effectief weet te bereiken.

Het punt is dat de rekening voor het beleid van Kim niet aan de arme Noord-Koreaan moet worden gepresenteerd. Die lijdt door zijn regime al genoeg.