Noord-Ierland: hervatting zelfbestuur positief signaal

Vicepremier Michelle O'Neill (l.) en premier Arlene Foster (r.), met op de achtergrond de Ierse premier Varadkar en de Britse premier Johnson. beeld AFP, Liam McBurney

Eindelijk, na drie jaar, komt het Noord-Ierse parlement weer officieel bijeen. Iedereen die klaagt dat Nederlandse bestuurlijke molens langzaam draaien, kan zich er nu mee troosten dat het in Ulster in elk geval nóg trager gaat. Vanaf begin 2017 lag het zelfbestuur van de Britse provincie plat.

Eind vorige week bereikten de partijen na lang dralen weer een akkoord. Maandag kwamen de Britse premier Boris Johnson en de Ierse premier Leo Varadkar naar Belfast om het nieuwe bestuur moed in te spreken. Dat is niet overbodig, want het onderling vertrouwen is nog altijd bijzonder laag.

De premier van Noord-Ierland, Arlene Foster van de protestantse DUP, zei het zo: „Het is niet mogelijk een groter verschil in visie op het Noord-Ierse verleden te vinden dan tussen mij en Michelle O’Neill”, de vicepremier namens het katholieke Sinn Fein. Dat is eerlijk.

Toch willen ze samenwerken. Blijkbaar vinden ze hun provinicie belangrijker dan hun verschillen. Dat is mooi. Werkelijk groot zijn die politici die het belang van allen dienen in plaats van alleen rondbazuinen wat hun eigen mening is.

Vanaf 1969 tot ongeveer 2000 vochten de unionisten (Britsgezinde protestanten) en republikeinen (Iersgezinde katholieken) een burgeroorlog uit. De Ierse nationalisten vonden dat Noord-Ierland bij Ierland hoorde en niet bij Groot-Brittannië. Deze strijd heeft ruim 3000 slachtoffers geëist. Al die tijd werd de regio vanuit Londen bestuurd.

2019-12-07-katZA2-hoofdfoto_Belfast_Finucane_en_Dodds-7-FC_webIn Belfast gaat het er hard aan toe rond de verkiezingen

Pas in 2008 wisten de voorheen strijdende partijen een samenwerking aan te gaan om de regio te besturen. Dankzij het charisma van de twee leiders, de dominee-politicus Ian Paisley en voormalige IRA-commandant Martin McGuinness, hield de coalitie redelijk stand. Maar begin 2017 liep het fout op een vrij technisch onderwerp: een mislukt project rond duurzame energie. Londen nam het bestuur weer over.

Vooral voor de DUP was het pijnlijk om te zien dat juist in deze fase het Britse Lagerhuis besloot om de Britse wetten rond abortus en het homohuwelijk in Noord-Ierland in te voeren. De laatste jaren was Noord-Ierland op die punten steeds meer alleen komen te staan, nadat ook Ierland zowel abortus als het homohuwelijk had geïntroduceerd. Bij stemmingen in het Noord-Ierse parlement was al eerder gebleken dat de meerderheid tegen deze wetgeving ook in Ulster steeds kleiner werd. Nochtans vond het Britse Lagerhuis dat Noord-Ierland een duwtje in de ‘goede’ richting nodig had; een fijn staaltje van machtspolitiek. De eerste huwelijken van homoseksuelen zullen deze week in de regio worden voltrokken; de abortus wacht vermoedelijk nog tot april.

Door de brexit gaat Noord-Ierland een onzekere tijd tegemoet. Dat vraagt een slagvaardig bestuur. Het zou mooi zijn als de partijen, ondanks hun verschillende gevoelens bij het verleden, over hun schaduw kunnen springen en de vrede in de regio kunnen beschermen.