Kritiek leveren op het rentebeleid, Trump kan het maar niet laten

President Trump (r.) en Fed-voorzitter Jerome Powell (l.). beeld EPA, Michael Reynolds

Bemoeienis vanuit de politiek met de rente is ongebruikelijk en onwenselijk. Maar de Amerikaanse president Donald Trump trekt zich daar niets van aan. Die zegt gewoon openlijk –herhaaldelijk zelfs– dat het beleid van de centrale bank volgens hem niet deugt.

Hij blijft zijn gram uitstorten over de koers die de Federal Reserve (Fed) en diens topman Jerome Powell varen. Enkele dagen terug slingerde hij weer eens een tweet de wereld in met onverholen kritiek op de monetaire bestuurders in zijn land. Als zij de geldkraan verder hadden opengedraaid –als zij, in zijn bewoordingen, „hun werk goed hadden gedaan”– zou de aandelenbeurs tientallen procenten hoger staan en zou de economie niet met 3, maar met minimaal 4 procent groeien.

Zetbaas

Trump heeft ooit zelf, in november 2017, voorgesteld om Powell te benoemen tot hoogste chef van de centrale bank, maar hij laat regelmatig blijken dat hem dat achteraf enorm spijt. Zijn partijgenoot weigert namelijk als zetbaas van het Witte Huis te fungeren.

Toen de Amerikaanse economie na de crisis herstelde, besloot de Fed, vanaf eind 2015, de rente geleidelijk te verhogen. Vorig jaar gebeurde dat met vier stapjes, tot een niveau van tussen 2,25 en 2,5 procent. Aanvankelijk was het de bedoeling de opwaartse lijn in 2019 door te trekken, maar inmiddels is een verdere verkrapping voorlopig van de baan, zo bleek uit de mededelingen na de Fed-vergadering van half maart.

Powell en zijn collega’s wijzen daarbij op de zorgen over de economische groei in de VS. Die kan, zo geven de prognoses aan, afzwakken door vooral externe bedreigingen, door mogelijke tegenwind uit China en Europa. Of is misschien toch de druk van de president van invloed is geweest op de ommezwaai?

In de ontwikkelde landen opereren de centrale banken onafhankelijk van de politiek. Dat moet voorkomen dat politici aan de monetaire knoppen rommelen uit puur electorale overwegingen, om hun (her)verkiezing te bevorderen. De verleiding is groot: verlaag de rente, dat wakkert de bedrijvigheid aan, dat levert mooie economische cijfers op en dat is uiteraard gunstig voor je populariteit. Trump wekt als geen ander de indruk dat hij zo denkt. Hij ziet de Dow Jones als een graadmeter voor het succes van zijn leiderschap.

In die benadering ligt de focus op de kortetermijneffecten. De eventueel schadelijke gevolgen op langere termijn blijven daarbij buiten beeld. Zo kan een ongebreidelde geldschepping, wat Trump min of meer bepleit, de inflatie aanjagen en op die manier de stabiliteit van de economie ondermjnen. Laat de afwegingen over de hoogte van de beleidsrente en over andere maatregelen op monetair terrein over aan deskundigen, wordt daarom in het algemeen als wenselijk beschouwt. Maar soms proberen politici aan dat principe te morrelen. En Trump doet dat wel heel opzichtig.

President Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) zei vorige week in een reactie: „Ik ben bezorgd over de onafhankelijkheid van centrale banken in andere landen, meer specifiek over die in de grootste rechtsstaat ter wereld. Als de centrale bank niet onafhankelijk is, zullen mensen denken dat monetair beleid politiek advies volgt in plaats van een objectieve beoordeling van de economie.” Trump zal zijn opstelling er ongetwijfeld niet door veranderen.

Vacatures

Bij de Fed ontstaan binnenkort twee vacatures en dat betekent voor hem een kans om er vertrouwelingen te posteren. Zo wil hij Stephen Moore voordragen, iemand zonder ervaring bij de centrale bank en een man die door velen als volstrekt ongeschikt wordt aangemerkt vanwege dubieuze economische inzichten. Wel iemand die loyaal is aan de president. Aanstellingen moeten, na een hoorzitting, de instemming krijgen van de Senaat, dus valt nog te bezien of deze omstreden kandidaat het haalt.

Het rentebepalende comité van de centrale bank in de VS bestaat uit twaalf personen, de zeven leden van het dagelijks bestuur en vijf voorzitters van de regionale kantoren van de Fed. Dit betekent dat Trump in ieder geval getalsmatig vooralsnog weinig in de melk te brokkelen heeft.