Keuze maken

Komt er in Nederland een Actief Donor Registratiesysteem (ADR)? Invoering ervan zou betekenen dat Nederlanders die geen antwoord geven op de vraag of zij zich als donor willen laten registeren zonder verdere discussie toch als donor worden ingeschreven.

De PvdA, SP, GroenLinks, D66 en de LPF zijn voor het Actief Donor Registratiesysteem. De keuze voor een minder vrijblijvend orgaandonatiesysteem gaat hun niet ver genoeg. Het standpunt van de VVD-fractie lijkt bepalend. Vijf of zes leden van de fractie zouden voor het Actief Donor Registratiesysteem kunnen kiezen. De uitkomst staat echter nog niet vast.

De belangenorganisaties van patiënten die op een donororgaan wachten, pleiten sterk voor de invoering van de nieuwe manier van registreren. Ook de straat schijnt de politiek een handje te moeten helpen. Een landelijk dagblad meldde een paar dagen geleden dat volgens een onderzoek 74 procent van de Nederlanders vindt dat het huidige systeem van orgaanregistratie minder vrijblijvend moet.

Progressieve voorstanders van het nieuwe systeem zouden trouwens nog wel verder willen gaan. Waarom verbiedt onze overheid het handelen in organen, vragen ze? De hier en daar gehoorde, erg grove argumentatie luidt dat orgaanhandel zorgt voor lagere prijzen, meer welvaart en welzijn en minder doden. Het is -zo schrijft ergens iemand- bovendien een mooie kans voor mensen om een verzorgde begrafenis te financieren. Of, wanneer het een orgaan is dat je ’kunt missen’ zoals een nier, een manier om de armoede te verminderen en je gezin te eten te geven.

Bij zo’n stuitende manier van communiceren is het alsof menselijke organen op één lijn staan met auto-onderdelen. Een christen die gelooft dat God hem of haar een uniek lichaam gaf, zal er op die manier niet over spreken. Zo iemand gelooft dat God hem of haar schiep naar Zijn beeld. Mensen hebben die goede gelijkenis van God verknoeid. Maar dat geeft niet het recht om de schepping te degraderen tot een productieproces met te verhandelen onderdelen.

Het is niet eenvoudig -in elk geval minder simpel dan sommige mensen denken- om normerende gegevens ten gunste van orgaandonatie te ontlenen aan de Bijbel. Er vallen nogal wat kanttekeningen te maken bij de gedachte dat donatie zonder meer een door naastenliefde ingegeven verplichting zou behoren te zijn. De overheid mag echter aandrang uitoefenen op burgers om zich uit te spreken over de vraag of ze hun organen willen afstaan of niet. Het is niet goed om zomaar niet te reageren op een brief.

Is het idee achter het nieuwe systeem niet bedenkelijk? Als de samenleving recht zou hebben om te beslissen over de organen van een overledene, wekt dat op z’n minst de indruk dat het menselijk lichaam na de dood eigendom van de gemeenschap is. Zo mogen allerlei liberale of revolutionaire stromingen van vroeger of nu er over denken. Maar het Woord van God heeft daar geen weet van.

Een christen heeft een andere visie op eigendomsrecht. En daarmee ook een andere kijk op het na zijn overlijden in praktijk brengen van naastenliefde. Niet de gemeenschap, maar de Schepper heeft recht op een dood lichaam. Dat lichaam is geen eigendom van de samenleving. Weggeven van organen is dus niet vanzelfsprekend.

Afwijzen van orgaandonatie betekent ook terughoudend zijn bij het ontvangen van organen. Orgaandonatie heeft al veel mensen gelukkig gemaakt. Maar er is meer dan lichamelijk welzijn. De uiterste hoop. Die is gelegen in het echt geloof, waardoor iemand weet uit genade het eigendom van Jezus Christus te zijn. Dat leert wel eens te zeggen: Ik weet dat mijn Verlosser leeft. Laat mensen die zich niet als donor beschikbaar stellen in elk geval die boodschap uitdragen.