Kabinet moet kerken niet overvragen

Bezinning
Rutte, beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Kennis, feiten, deskundigen. Die trefwoorden doken het achterliggende halfjaar voortdurend op als het kabinet het eigen beleid inzake de coronapandemie verdedigde. „Een mening is snel gegeven”, zei premier Rutte in maart in zijn tv-toespraak vanuit het Torentje. „Maar het begint bij de kennis en ervaring van deskundigen. Laat ons daaraan vasthouden.”

Als een refrein keerden dergelijke woorden in haast al zijn uitlatingen over het beleid inzake Covid-19 terug. Nee, de overheid wilde niet zomaar iets doen, niet overhaast handelen op basis van angsten en zorgen onder het volk. Het beleid moest rationeel doordacht zijn, gefundeerd op de kunde van onder andere RIVM-man Van Dissel, virologen en medisch specialisten. „Het is belangrijk dat we op dat kompas van wetenschappelijke kennis en betrouwbare feiten blijven varen”, aldus Rutte.

Van meet af aan zagen we echter ook voorbeelden van overheidsbeleid dat met deze uitgangspunten strijdig was. In het voorjaar gingen –onder druk van de publieke opinie– de scholen dicht, hoewel het Outbreak Management Team dat niet nodig vond. En inmiddels hebben we inzake het dragen van mondkapjes andere regels en adviezen dan in de eerste maanden van de crisis. Niet zozeer omdat het RIVM van inzicht veranderde, maar mede door druk vanuit de samenleving.

En misschien kan dat ook niet anders. Ons leven bestaat nu eenmaal niet alleen uit ratio en feiten. En dus kan ook de politiek zich daar niet toe beperken.

Jammer blijft ondertussen wel dat het in de politiek soms wel erg weinig lijkt te draaien om de beste ideeën, en wel erg veel om de best gecommuniceerde emoties. Wat regelmatig resulteert in een onduidelijke en ongestadige koers.

De gang van zaken afgelopen zondag en maandag, die leidde tot het opstellen van een communiqué waarin alle kerken worden opgeroepen hun diensten opnieuw af te schalen tot maximaal dertig personen, is daar een voorbeeld van.

Is er dan helemaal niets te zeggen voor de oproep van minister Grapperhaus aan het adres van de kerken dat ook zij, gegeven het stijgend aantal besmettingen, zich opnieuw moeten bezinnen op hun werkwijze en dat zij zich rekenschap moeten geven van de gevoelens die grote groepen kerkgangers in dit tijdsgewricht bij seculier medeburgers oproepen?

Ja, wel iets. Maar toch valt het slecht of niet uit te leggen dat een goed doordachte, op kennis en feiten gebaseerde praktijk van zondagse kerkgang –waarbij alle veiligheidsregels in acht werden genomen en waarbij het grondrecht van de vrijheid van godsdienst zo min mogelijk werd geschaad– nu, op stel en sprong, moet sneuvelen voor emotie, incidenten, ophef. Temeer als we het vergelijken met de mogelijkheden die er tot nu toe zijn in theaters en evenementenhallen. Is de overheid dan niet bezig om kerken en religieuze gemeenschappen te overvragen?