Kabinet kan niet te lang dromen van een jihadistentribunaal

beeld ANP, Bulent Kilic

Plots dook hij het afgelopen weekeinde op in het nieuws: de Arnhemse IS-strijder Yago R. Hoewel de rechter hem begin vorig jaar al bij verstek veroordeelde wegens deelname aan een terroristische organisatie wil hij terug. Liever vast in eigen land, met uitzicht op celstraf en een verplicht deradicaliseringsprogramma, dan vrij op de puinhopen van een instortend kalifaat.

R.’s toekomst is echter ongewis. Het ministerie van Justitie en Veiligheid ziet vooralsnog geen reden hem bij de gewenste terugkeer te assisteren, zo werd zondag duidelijk.

Die afwachtende houding staat niet op zichzelf. Het regeerakkoord bevat weliswaar een zinsnede die duidelijk maakt dat het kabinet er sterk voorstander van is als jihadisten ook wegens poging tot genocide (jegens de jezidi’s) worden aangeklaagd. Verder zijn de bewindslieden duidelijk nog zoekende naar de geschikste manier van omgaan met de naar schatting 135 Syriëgangers van wie de AIVD aanneemt dat ze nog in het strijdgebied zijn.

In de Tweede Kamer passeerde vorige maand al wel een aantal opties de revue. Daarbij lijkt zich vooralsnog een meerderheid af te tekenen voor een berechting ver weg, bijvoorbeeld door een te zijner tijd in het oorlogsgebied te vestigen, internationaal tribunaal.

Het zal menig burger geruststellen als de plannen voor een dergelijk tribunaal levensvatbaar blijken te zijn en de Syrisch-Koerdische strijdkrachten alle IS-strijders, inclusief de Nederlandse kunnen overdragen aan zo’n orgaan. Ook het kabinet zal het een lief ding waard zijn als deze optie nog even boven de markt kan blijven zweven, minimaal tot aan de Statenverkiezingen.

Alles beter dan in campagnetijd voedsel geven aan insinuaties van bijvoorbeeld Wilders als zou Rutte de deur wijd willen openzetten voor jihadisten als Yago R.

De vraag is dan wel hoe het kabinet na de verkiezingen verder wil met dit dossier. De diplomatieke weg naar een tribunaal is lang en mogelijk onbegaanbaar. Hoe de situatie in het oorlogsgebied zich zal ontwikkelen, is bovendien niet te voorzien.

Er zijn aanwijzingen dat de diensten de harde kern van de ideologisch geïndoctrineerde strijders momenteel nog aardig in het vizier hebben. Wil het kabinet het risico nemen dat die groep tikkende tijdbommen die waarschijnlijk voldoende vaardigheden of contacten heeft om ongezien over de grens te komen, op enig moment van de radar verdwijnt? En zo nee, wanneer is de tijd dan rijp om de gevaarlijkste strijders alsnog onder controle te laten terugkeren en over te dragen aan het eigen OM?

De berechting willen overlaten aan een tribunaal; het is een prachtige gedachte, maar het moet geen waagstuk worden. Als de berechting van jihadi’s daardoor op de lange baan wordt geschoven, komt het er misschien nooit meer van. Dat draagt vooral bij aan nog meer onveiligheid.