Jammer dat Van Vollenhoven zelfbeschikking zo eenzijdig propageert

Pieter van Vollenhoven in opperbeste stemming met de bordjes die de familie C.W. Schimmel uit Leusden voor hem maakte voor zijn 70e verjaardag, op 30 april 2009. De dag die even later in een tragedie eindigde doordat bij De Naald in Apeldoorn een aanslag op de koninklijke bus werd gepleegd. beeld fam. C.W. Schimmel

Openhartig, zo mag het interview dat mr. Pieter van Vollenhoven zaterdag naar aanleiding van zijn gouden huwelijksjubileum aan de Volkskrant gaf zeker worden genoemd. De jubilaris blikte terug op zijn leven als burgerjongen aan het hof, gaf wat fraaie anekdotes, om ten slotte vooruit te blikken op het levenseinde en de dood. „Ik zit er niet op te wachten van het leven een lijdensweg te maken”, vertrouwde hij de verslaggeefster daarbij toe.

Vervolgens gaf Van Vollenhoven een stevig statement af. „Als je vraagt: mag je als oudere het heft in eigen hand nemen om te zien hoe je dood mag gaan? Dan kunt u in mij een voorstander vinden”, tekende hij aan. Dat kan moeilijk anders worden uitgelegd dan als een stevige adhesiebetuiging aan de voltooidlevenbeweging, aangevuurd door een politieke partij als D66 en een lobbygroep als de NVVE.

Elke deelnemer aan het levenseindedebat, ook Van Vollenhoven, spreekt in eerste instantie alleen voor zichzelf. Toch is het bepaald niet om het even bij welk stemmenkoor dat momenteel in de maatschappij klinkt hij of zij aanhaakt. In het levenseindedebat is immers een zorgelijke verschuiving gaande.

Uitgangspunt van de euthanasiewet die in 2002 na dertig jaar maatschappelijke discussie van kracht werd, was dat het opzettelijk beëindigen van een mensenleven het allerlaatste middel zou moeten zijn om het lijden te verlichten. Euthanasie en hulp bij zelfdoding, beide uitsluitend aan te bieden door een arts, zouden pas in beeld komen nadat alle andere pogingen om een verdere lijdensweg af te wenden, hadden gefaald.

De voorhoede van de euthanasielobby is dat stadium inmiddels allang gepasseerd. Hij heeft de koers inmiddels fundamenteel verlegd en schroomt niet om het zelfgekozen levenseinde luidruchtig te propageren; niet om het lijden te beëindigen, maar om het voor te zijn.

Dergelijke euthanasie­reclame schreeuwt om een nuance, om een tegengeluid zoals bijvoorbeeld de ouderenbond KBO-PCOB dat voorzichtig laat horen. Meezingen met het refrein van: ”Lijden hoeft niet” en: ”lijden is een keuze” is riskant, waarschuwde bondsdirecteur Vanderkaa onlangs. Het relativeert impliciet het belang van een goede, op het verzachten van lijden gerichte zorg, terwijl deze zorg juist versterking en verdieping behoeft.

Aan medestanders hebben de lobbyisten die ijveren voor maximale zelfbeschikking rond het levenseinde in ons land doorgaans geen gebrek. In hun gelederen zal het geluid dat Van Vollenhoven liet horen dan ook zijn verwelkomd: weer een bekende sympathisant erbij in de strijd om het recht op een zelfgekozen dood.

Wat was het mooi geweest als mr. Pieter van Vollenhoven zijn indrukwekkende statuur had gebruikt om zich op te werpen als ambassadeur van het door ouderdom broos en kwetsbaar geworden leven. In alle voorzichtigheid kan worden geconstateerd dat hij dat naliet, althans dat bijdragen zijnerzijds daaraan de eindversie van het artikel niet hebben gehaald.

Zou openlijk in de zeilen van de euthanasielobby blazen inmiddels ook in de kringen van het hof al acceptabel zijn?