Hongarije hoeft niet aan de leiband van West-Europa te lopen

Het Europees Parlement stemde woensdag over het instellen van een strafprocedure tegen Hongarije. beeld AFP

Hongarije heeft woensdag van het Europees Parlement een fikse oorvijg gekregen. De regering van het land bedreigt volgens een ruime tweederdemeerderheid van het Parlement de rechtsstaat en democratie zodanig dat een plek op de strafbank gerechtvaardigd is. Het kan er uiteindelijk toe leiden dat Hongarije in de EU zijn stemrecht verliest. Zover is het overigens nog lang niet, omdat er daarvoor nog verschillende zware stappen te nemen zijn.

Het signaal van het Europees Parlement is echter niet mis te verstaan. Niet eerder gromde het Parlement zo luid tegen een lidstaat. Bij het geval van Polen, in augustus, zette de Europese Commissie de eerste stap wegens schending van artikel 7 van het EU-verdrag.

Artikel 7 vereist waarden als vrijheid, democratie en rechtsstaat in de lidstaten. Het is goed dat de Europese Unie daar scherp op is, wil ze ook een waardegemeenschap zijn. EU-rapporteur Judith Sargentini (GroenLinks) somt in haar rapport over Hongarije een reeks zorgelijke ontwikkelingen op, zoals inperking van de vrijheid van meningsuiting, onderwijs en religie.

De EU heeft het volste recht om bij dergelijke ontwikkelingen bijtijds op de rem te trappen, zeker omdat Hongarije wel graag forse subsidiestromen uit Brussel ontvangt. Dat die door corruptie niet altijd juist worden gebruikt, maakt het rapport overigens ook pijnlijk duidelijk.

Tegelijk is het rapport van Sargentini, op basis waarvan het Europees Parlement woensdag stemde, niet vrij van libertijnse betutteling en gelijkheidsdwang. Zo wordt de traditionele definitie van een gezin die de Hongaarse regering hoog wil houden, weggezet als „ouderwets” en „gebaseerd op conservatieve geloofsovertuigingen.” De omschrijving zou discriminerend zijn voor samenwonenden en homoseksuele koppels.

Het Parlement tikte Hongarije bovendien op de vingers voor het feit dat abortus in het land niet zonder de nodige hobbels te verkrijgen is. De regering wordt opgeroepen om „obstakels” als „bevooroordeelde begeleiding en de verplichte wachttijd” voor een abortus op te ruimen.

Als dit soort maatregelen vereist is om tot de ‘waardegemeenschap’ van de Europese Unie te mogen behoren, vallen er fundamentele vragen te stellen bij de vrijheden die dezelfde Unie zegt te propageren. Sinds wanneer moet de hele Europese Unie in het (medisch-ethische) gareel van de West-Europese landen lopen? Hongarije heeft groot gelijk om daar vraagtekens bij te zetten.

Daar komt bij dat Europa er goed aan doet de geschiedenis van Hongarije mee te wegen: het land heeft een lange geschiedenis van buitenlandse inmenging. Terecht zit het daar niet opnieuw op te wachten. De EU mag haar zorgen over ontwikkelingen in Hongarije luid en duidelijk kenbaar maken, maar wellicht had dit nog rond de tafel gekund. Voor de West-Europese lidstaten valt er daarbij ook nog wel iets te leren.