Honderdjarig bestaan Bond tegen vloeken is een triest jubileum

Bond tegen vloeken. beeld btv

De Bond tegen vloeken bestaat honderd jaar. Noem het gerust een verdrietig jubileum. Het is triest dat een organisatie tegen het misbruiken van Gods Naam nodig is. Het feit dat ons land het enige land ter wereld schijnt te zijn met een Bond tegen vloeken is trouwens ook opvallend. Alsof zo’n organisatie in andere landen níét nodig zou zijn.

De Bond tegen vloeken lag in het verleden niet zelden onder vuur van mensen die vinden dat je alles moet mogen zeggen wat je wilt. Toch heeft deze bond eraan bijgedragen dat de discussie over taalgebruik in het algemeen en vloeken in het bijzonder gevoerd werd en wordt. Veel mensen herinneren zich vast nog wel de posters van de bond waarop een papagaai stond afgebeeld met de tekst: „Vloeken is aangeleerd, word geen naprater!” Een poster die de bond nu niet meer gebruikt. Maar het beeld blijft wel hangen. En dat is de bedoeling.

Vloeken is een zonde tegen het derde van de Tien Geboden. „Gij zult de Naam van de Heere, uw God, niet ijdel gebruiken.”

De Naam. Dat is de aanduiding die Joden nog steeds gebruiken wanneer ze de God van Israël bedoelen. De God met dé Naam. „Ik zal zijn die Ik zijn zal.” Ik ben erbij. Ik ben de altijd Aanwezige.

In het Hebreeuws bestaat de Naam van God uit slechts vier medeklinkers: JHWH. Onuitsprekelijk, als het ware. De Naam uitspreken, doen Joden trouwens niet. Daarvoor is hij te heilig. Ze duiden Hem aan. Wijzen ernaar.

Gods Naam is niet te claimen. Niet door een kerk, een groep, een stroming. Iedereen die dat probeert, zondigt tegen het derde gebod. Je kunt de Naam noemen, je er zelfs op beroepen, maar toch niet die God aanroepen Die Zich aan Mozes openbaarde.

Zo bezien wordt er niet alleen buiten, maar soms ook in de kerk gevloekt. Door de Naam talloze keren gedachteloos te noemen. Of door de Naam te claimen voor het eigen gelijk. Door Hem op te sluiten in eigen denkbeelden en Hem te gebruiken voor eigen doelen.

ANP-49244445„Je kunt beter tegen onrecht bidden dan erom vloeken”

Met dat Joden de Naam niet uitspreken, zeggen ze eigenlijk heel veel. Ze houden afstand ten opzichte van het heiligste. En maken daarmee duidelijk dat de God met de Naam niet automatisch aan onze kant staat.

Gods Naam is veel meer dan zomaar een naam. Daarom is het werk van de Bond tegen vloeken ook zo belangrijk. Zijn Naam is ”er wezen” en daarmee is Zijn Naam Zijn wezen, schreef een predikant ooit. En Gods wezen heeft weer alles te maken met Zijn zegen.

Driemaal wordt in de hogepriesterlijke zegen zoals die vermeld staat in Numeri 6, de Naam genoemd.

„De Heere zegene u, en behoede u!

De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig!

De Heere verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!”

Maar let wel op: het noemen van de Naam op zich brengt geen zegen. God laat Zich niet gebruiken. Ook ambtsdragers mogen de Naam noemen, maar het wel of niet zegenen is aan God.

„Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israëls leggen; en Ik zal hen zegenen” (Numeri 6:27).