Hand op de knip

Premier Rutte. beeld ANP, Bart Maat
2

Geen rijtoer, geen balkonscène, geen publiek en geen militair vertoon. Prinsjesdag 2020 week in alles af van de voorgaande jaren en gaat de geschiedenisboeken in als zeer uitzonderlijk.

Uitzonderlijk is ook dat de regering ervoor heeft gekozen om –ondanks de coronacrisis en de oplopende staatsschuld– geen extra bezuinigingen af te kondigen. Dat ging bij de bankencrisis en de eurocrisis van enkele jaren geleden anders. Toen sneed Rutte diep.

Dit keer trekt het kabinet juist de portemonnee. Forse steun voor bedrijven die door de coronacrisis in de problemen zijn gekomen en een investeringsfonds van 20 miljard euro voor projecten die banen en welvaart voor de toekomst moeten brengen. Ook gaan er miljarden naar onderhoud van de infrastructuur. De vraag is of het kabinet een verstandige koers vaart. Tot voor kort had de overheid een overschot op de begroting; voor volgend jaar is een tekort geraamd van 40 miljard.

Sinds de vorige crisis is het zogenoemde anticyclisch begrotingsbeleid in Den Haag weer in opmars. Dit houdt in dat een overheid tijdens perioden van welvaart de economie afremt en bezuinigt. En omgekeerd tijdens een crisis de economie stimuleert. Want als de overheid niet bezuinigt in tijden van welvaart, kan de economie oververhit raken. En als de overheid bezuinigt in tijden van crisis, kan de economie in een diepere recessie terechtkomen.

De afgelopen decennia waren het de linkse partijen die extra investeringen bepleiten in tijden van recessie. Maar de interesse van links om in tijden van welvaart te bezuinigen was echter niet groot omdat er altijd wel wat te wensen overblijft en omdat iedereen moet meedelen in de welvaart.

Nu volgt het centrumrechtse kabinet-Rutte III het anticyclisch begrotingsbeleid. Deels is dat politieke noodzaak. In maart volgend jaar zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer en als de coalitie dan flink het mes zetten in de overheidsuitgaven, dat maakt ze zich niet populair bij kiezers. Verder is het kabinet-Rutte afhankelijk van de (linkse) oppositie om gewenste plannen door de Tweede en Eerste Kamer te loodsen.

Maar, eerlijk is eerlijk, het kabinet-Rutte mag ook er voor kiezen om in tijden van crisis extra te investeren. Niet alleen uit noodzaak, maar ook uit overtuiging. Rutte bezuinigde vorige jaren fors. Daardoor waren de overheidsfinanciën op orde en was de regering bezig met het aflossen van de staatsschuld.

Toch is een waarschuwing op zijn plaats. Het tekort loopt dit en volgend jaar met vele miljarden euro’s op. De rente op de staatsschuld is weliswaar laag, maar de leningen die de overheid nu afsluit, moeten wel afgelost worden. En als de rente gaat stijgen, levert dat op termijn ook extra lasten op. Nu wordt de rekening bij de komende generatie gelegd. Dat is niet wenselijk. Zodra het kan, moet daarom de hand weer op de knip.