Geven van het goede voorbeeld van groot belang in mediaopvoeding

beeld ANP

Veel ouders maken zich terecht zorgen om het smartphonegebruik van hun kinderen. Mediaopvoeding geeft veel opvoeders hoofdbrekens: Wanneer geven we een kind een smartphone? Op welke tijden mogen ze het apparaat gebruiken? Moeten we meekijken in de gesprekken binnen WhatsAppgroepen?

De smartphone is een bron van veel af- en verleiding en staat ‘gewone’ communicatie in de weg, is het argument dat veel ouders gebruiken. Wie even meekijkt over de schouder van de gemiddelde jongere kan het daar grotendeels mee eens zijn. Hoeveel kostbare tijd gaat er verloren door oppervlakkige WhatsAppgesprekken, door overvloedig Instagramgebruik en door zinloos internetten. Om maar niet te spreken van porno, films en bedenkelijke muziek. Dat er ouders zijn die om die reden hun kind op hun twaalfde verjaardag geen smartphone te geven, is goed te begrijpen.

De aankondiging eind juni van het Zeeuwse Calvijn College om een totaalverbod in te stellen voor de mobiele telefoon op school, maakte veel tongen los. De winst daarvan is in elk geval dat het onderwerp bij scholen en gezinnen –zeker de Zeeuwse– weer midden op de gesprekstafel ligt. En daarmee begint het: samen spreken over goed en verantwoord mediagebruik. Vorming van kinderen vindt mede plaats door goede gesprekken. Gesprekken over welke waarden in het leven van belang zijn. Zaken als concentratie, pelgrimschap en matigheid.

Minstens zo belangrijk is het geven van het goede voorbeeld. Kinderen hebben opvoeders uit één stuk nodig. Die in de opvoeding naspreken wat ze van harte belijden en die doen wat ze hun kinderen voorzeggen. Als een ouder iets anders voorleeft dan hij zegt, ondergraaft hij zijn uitspraken. Dat zien kinderen scherp. Gelukkig die ouder tegen wie een kind dat eerlijk durft te zeggen.

Ook voor het mediagedrag van ouders heeft een kind een scherp oog. Dat bleek zaterdag uit onderzoek van NOS Jeugdjournaal onder ruim 500 kinderen. Een derde vindt dat zijn ouders verslaafd zijn aan de smartphone. Volgens een meerderheid van de kinderen zitten de ouders gemiddeld een tot twee uur per dag op de telefoon. De helft zegt weleens tegen de ouders dat ze hun smartphone te vaak gebruiken.

De les hieruit voor opvoeders: wees kritisch op het eigen mediagebruik en breng de waarden die belangrijk zijn voor kinderen ook zelf in de praktijk. Om maar een voorbeeld te noemen: als een kind tijdens de maaltijd geen smartphone mag gebruiken omdat dat niet gezellig is, zou zijn vader tijdens het eten ook geen telefoontje van een collega moeten oppakken.

Een opbeurende uitslag voor ouders uit hetzelfde onderzoek: kinderen hebben geen probleem met regels over smartphonegebruik.

Regels zijn niet vies, maar broodnodig. Zeker op het gebied van mediagebruik.