Feest, rouw en rellen op de Tempelberg

De Tempelberg. beeld EPA

Het gebeurt eens in de zoveel jaar dat Joodse en islamitische feestdagen op dezelfde dag vallen. Zowel Joden als moslims hebben namelijk een maankalender, waardoor feestdagen niet op een vaste dag op onze zonnekalender vallen.

Zondag vielen het begin van het islamitische offerfeest, Eid al-Adha, en de treurdag om de verwoesting van de Joodse tempel, Tisja Beav, samen. En dat kan op de Tempelberg in Jeruzalem niet anders dan tot grote problemen leiden.

De Jeruzalemse Tempelberg, met aan de voet de zogenoemde Klaagmuur, is voor Joden de meest heilige plaats op aarde. Hier stonden immers de eerste en de tweede tempel met het heilige en het heilige der heilige, waar de Ark van het verbond stond.

Ook voor moslims is deze plaats, vanwaar gezegd wordt dat de profeet Mohammed er ten hemel is gevaren, heilig. Moslims ontkennen de Joodse claim op deze plaats omdat er volgens hen nooit een Joodse tempel gestaan heeft. Hoewel Israël sinds 1967 deze plaats in Jeruzalem weer in bezit heeft, hebben de Israëlische autoriteiten het beheer over de Tempelberg overgedragen aan een islamitisch college van geestelijken uit Jordanië. Israëlische ordetroepen grijpen alleen in bij ongeregeldheden.

Het uit handen geven van de controle over de Tempelberg is veel Joden een doorn in het oog. Ze vinden het vernederend dat zij de berg slechts op bijzondere tijden en onder voorwaarden kunnen bezoeken en er dan op geen enkele manier hun geloof mogen uiten.

Omdat tijdens moslimfeestdagen tienduizenden moslims naar de Tempelberg komen om er te bidden, staat de Israëlische politie het niet-moslims op deze dagen normaliter niet toe de Tempelberg te betreden. Zondag lieten ze dat echter wel toe met als gevolgd dat er rellen ontstonden waarbij tientallen gewonden vielen.

Omdat Israël in september opnieuw naar de stembus gaat, valt het niet uit te sluiten dat onder druk van allerlei Joodse groepen besloten werd op de islamitische feestdag toch Joden tot de Tempelberg toe te laten.

Ondanks dat de Tempelberg ontegenzeggelijk de belangrijkste plaats ter wereld is voor Joden, is het goed dat juist Israël, om de rust te bewaren, rekening houdt met gevoeligheden bij belijders van beide godsdiensten. Daarbij schrijven Joodse wetten voor dat Joodse gelovigen de Tempelberg niet mogen betreden omdat ze dan mogelijk te dicht bij de plaats komen waar ooit het heilige en het heilige der heiligen was gesitueerd. Degenen die dus per se de Tempelberg willen bezoeken, doen dat meestal niet uit religieuze maar uit nationalistische motieven.

De ontkenning door veel moslims van het belang van de Tempelberg voor Joden is ontegenzeggelijk antisemitisme. Des te krachtiger is het dat Israël zich hierdoor niet laat provoceren. Wie macht heeft maar zich niet laat provoceren die te gebruiken, is sterker dan welke tegenstander ook.