EU moet snel met humanitair plan komen na brand Moria

Vluchtelingen zijn hun onderkomen kwijtgeraakt na de verwoestende brand in het kamp Moria op het Griekse eiland Lesbos. beeld AFP

Boosheid, verontwaardiging, medelijden. En hier en daar een tikkeltje schaamte, zij het vooral plaatsvervangend. De reacties op de verwoestende brand die woensdag het vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos in de as legde, waren even begrijpelijk als voorspelbaar.

De vraag is aan wie of wat die emoties over deze humanitaire tragedie nu eigenlijk precies zijn geadresseerd, en vooral of dat terecht is. Het medelijden is wel helder. Zo’n 13.000 mensen raakten door de brand hun onderkomen kwijt. Het was bepaald geen luxe – verre van dat. Maar nog altijd beter dan zonder beschutting in de olijfboomgaarden rond het kamp te bivakkeren, met alle risico’s van dien. Die hulpeloze vluchtelingen verdienen alle mogelijke compassie.

Heel anders is het met de boosheid en verontwaardiging die na de ramp werden geuit. „Dit had nooit mogen gebeuren”, was zo’n beetje het meest gehoorde commentaar. Dat cliché snapt een kind nog wel. Maar hoe waar die uitspraak ook is, met zo’n verzuchting schiet niemand iets op.

Boos op wie en verontwaardigd over wat? Woedend op die asielzoekers die zich verzetten tegen verplichte quarantaine omdat in Moria Covid-19 was geconstateerd? Kwaad op het groepje raddraaiers dat de bluspogingen van de brandweer hinderde en misschien het vuur zelf wel had aangestoken, zoals sommige berichten suggereerden? Of op extreemrechtse Grieken die volgens onbevestigde geruchten brandbommen in het kamp hadden gegooid? Dat zou een wel erg kortzichtige reflex zijn.

Met de beschuldigende vinger naar de Griekse regering wijzen dan? Dat deed mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in april nog, toen ze Athene ervan beschuldigde niet genoeg te doen om overbevolking van de kampen tegen te gaan. Daardoor dreigden de opvangplekken brandhaarden van corona te worden.

Ook dat is te kort door de bocht. Met alle fouten die Griekenland mag hebben gemaakt, gaan dergelijke verwijten voorbij aan de jarenlange Griekse inspanningen om vluchtelingen aan de buitengrenzen van Europa op te vangen en onderdak te bieden.

Het werkelijke probleem ligt in Brussel. In het gebrek aan eensgezindheid van de EU-lidstaten om tot een eenduidig asielbeleid te komen waarin op zijn minst de lasten van het vluchtelingenvraagstuk in gelijke mate over de unie worden verdeeld.

Gezien de interne verdeeldheid en de verschillen in politieke constellatie in Europa ligt een snelle oplossing zeker niet voor de hand. Maar na de brand in Moria zou de Europese Unie in elk geval één belangrijke inhaalslag kunnen maken: spoedig met een deugdelijk humanitair plan komen voor fatsoenlijke opvang van de meest kwetsbare vluchtelingen.

Laat schaamte de verontwaardiging maar overheersen. Ook al is die plaatsvervangend.