Diaconale samenwerking? Zeker, maar niet alleen voor eigen kring

Samenwerking tussen diaconieën hoeft niet beperkt te blijven tot hulpverlening voor eigen kring. beeld iStock

Plaatselijke diaconieën zouden meer moeten samenwerken. Dat pleidooi klonk zaterdag op een toerustingsbijeenkomst voor diakenen. Aanleiding was de vraag hoe gemeenteleden een beroep kunnen blijven doen op christelijke hulpverlening. De hulpvrager moet steeds vaker naar het loket van de burgerlijke gemeente, voor allerlei vormen van zorg die de overheid betaalt. Dan is het niet vanzelfsprekend dat die zorg past bij de levensovertuiging van de hulpvrager. In zo’n geval kan de diaconie een rol spelen, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een persoonsgebonden budget, zodat er toch passende hulp ingekocht kan worden.

Het klinkt goed, zo’n pleidooi voor samenwerking over kerkmuren heen. Een van de genoemde argumenten was dat je als gezamenlijke diakenen beter in beeld bent bij de wethouder Zorg en Welzijn en gemakkelijker steun kunt krijgen voor gezamenlijke projecten. Dat ligt voor de hand.

Hoe sympathiek dit voorstel ook is, het roept toch een aantal vragen op. De belangrijkste is de vraag hoe dit zich verhoudt tot de primaire taak van de diaken en het diaconaat. Vanouds hebben de kerken in de gereformeerde traditie grote waarde gehecht aan een zelfstandige armenverzorging. De overheid heeft in het verleden herhaaldelijk gepoogd het diakenambt naar zich toe te trekken. In de kerkorde van 1583 kreeg de staat het voor elkaar dat de armenzorg burgerlijk-kerkelijk moest zijn en dat diakenen de eed moesten afleggen aan de overheid. Dat staat haaks op de instelling van het ambt door de eerste apostelen.

Het verleden leert dus dat kerken goed moeten opletten bij zulke samenwerkingen. Dat betekent niet dat diakenen onafhankelijk van de overheid hun gang moeten gaan. In de Dordtse Kerkorde is vastgelegd dat er wel goed overleg moest zijn met burgerlijke hulpverleners, toen nog aalmoezeniers geheten.

Anno 2017 zijn er nieuwe vragen, zoals de wens van psychosociale hulp door hulpverleners uit eigen kring. Dat is legitiem, maar diaconieën mogen daarbij niet uit het oog verliezen waartoe ze in eerste instantie geroepen zijn. Diakenen zijn geen probleemoplossers voor alle denkbare zorgen. Voor maatschappelijke dienstverlening of mantelzorg bestaan professionele organisaties, vaak interkerkelijk, die eventueel met diaconale gelden gesteund kunnen worden.

Er zijn vandaag de dag allerlei taken die minstens zo dicht bij de oorspronkelijke opdracht van de diaken liggen, zoals schuldhulpverlening, voedselbanken en andere vormen van armoedebestrijding. Daarbij mogen ze inderdaad gerust over de kerkmuren heen kijken, de desbetreffende wethouder opzoeken en samenwerking zoeken, ook met humanisten of de moskeevereniging. Deze hulp mag zich immers niet beperken tot de „huisgenoten des geloofs”, want het is hun taak om „weldadigheid te bewijzen aan alle mensen.” De opdracht uit het bevestigingsformulier gaat nog verder. Bij de hulpverlening hoort ook dat zij, net als de eerste diakenen, vervuld met de Heilige Geest, de hulpvrager troostvol toespreken vanuit Gods Woord. Dat zou een randvoorwaarde moeten zijn bij die onderlinge samenwerking.