Coronatijd vraagt van ieder geduld en volharding

Corona
Politie surveilleert in coronatijd. Beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen.

In de coronatijd zijn alle dagen spannend. Niet het minst die van een mooi, zonnig weekend. Zou Nederland (voldoende) gehoor geven aan de dringende oproep van de overheid om ondanks het stralende weer zoveel mogelijk thuis te blijven?

Dat viel niet tegen. Wie de achterliggende dagen om zich heen keek en de media volgde, stelde vast dat burgers zich –op enkele incidenten na– aan de regels hielden.

Dat geldt zéker óók voor de kerken, die de aanwezigheid bij diensten tot een minimum hebben afgeschaald. Hopelijk is daarmee de ophef van vorige week over geloofsgemeenschappen die de grens zouden opzoeken, verleden tijd geworden.

In de coronatijd houdt bijna elke conclusie over de situatie, over de aard van het virus, over het verloop van de pandemie en over de effectiviteit van het beleid, iets voorlopigs. Het zou bijvoorbeeld voorbarig zijn nu al tot de slotsom te komen dat de door premier Rutte gekozen aanpak –een intelligente lockdown, niet té veel verbieden, maar burgers aanspreken op volwassen gedrag en gezond verstand– succes heeft.

Jawel, op dit moment doen wij Nederlanders wat van ons gevraagd wordt. En zeker, gelukkig lijkt het aantal ziekenhuisopnames en opnames op de ic van coronapatiënten af te vlakken. Dat is zonder meer verblijdend.

Maar voor verdergaande conclusies of denkstappen moeten we oppassen. Zo liep journalist en tv-bekendheid Jort Kelder deze weekwisseling veel te ver voor de troepen uit met zijn, ook nog eens onkies geformuleerde, opmerking dat we ons nu nodig moeten gaan keren tegen „massale bedrijfssterfte.” Jawel, vooruitkijken is gewoonlijk goed en verstandig. Soms echter moet je je als burger en als overheid focussen op het heden, of op de zeer nabije toekomst, en op het meest urgente. In dit geval: op de gezondheidszorg en de ic-capaciteit.

Daarom moeten we ook niet te snel betogen dat Ruttes aanpak, deels gebaseerd op redelijkheid, nuchterheid en een moreel appel, werkt. Wel weten we vanuit de sociologie en de psychologie dat in het algemeen gesproken een beroep doen op de intrinsieke motivatie van mensen meer effect heeft dan appelleren aan extrinsieke motivatie. Zo bezien valt voor de benadering van de minister-president veel te zeggen.

Maar wat wij mensen in de strijd tegen Covid-19, na op de eerste plaats Godsvrucht en vertrouwen op de drie-enige God, nodig hebben, is geduld en volharding. De coronacrisis vraagt van overheid en onderdaan een lange adem.

Terecht schreef redacteur Martin Visser maandag in de Telegraaf, mede in reactie op het ongeduld van Kelder: „De lockdown waarin we nu zitten, voelt misschien al als eindeloos, maar is eigenlijk pas net begonnen.”

Zo is het. Laten we dit besef de komende weken daarom terdege tot ons laten doordringen. En elkaar hierin opscherpen: heb geduld en houd je nu aangeleerde gedrag vol. Want we zijn er nog niet.