Commentaar: Afsplitsing Otten biedt minderheidscoalitie extra kansen

Heisessie kabinet, beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen.

Veel vakantiegangers herkennen het gevoel. Van die twee weken in de Zwitserse bergen gaat vooral de laatste razendsnel om. Eenmaal over de helft van je vakantieperiode, begint reeds het aftellen. Voor je het weet, sta je weer op Nederlands grondgebied.

In de politiek gaat het net zo. Of in nog sterkere mate. Wie dacht dat het kabinet-Rutte III nog maar net uit de startblokken is, vergist zich. Van de drie jaar en vijf maanden die deze ministersploeg tussen oktober 2017 en maart 2021 gegeven zijn, is al meer dan de helft voorbij.

En vanaf nu gaat het hard. Komende Kamerverkiezingen gaan al snel hun schaduw vooruit werpen. Moet de naam van de lijstaanvoerder al zo’n jaar voor de stembusgang bekend zijn? Aha, dan gaat de discussie over -om maar iets te noemen– de vraag wie bij het CDA de kar gaat trekken dus al komend voorjaar spelen. Tempus ruit.

Het feit dat Rutte III al over de helft is, betekent dat de kans dat deze coalitie voortijdig valt met de maand slinkt. Toegegeven, er kunnen bananenschillen op de weg komen. Maar de wetenschap dat VVD, CDA, D66 en CU al meerdere problemen redelijk soepel hebben opgelost, doet het vermoeden rijzen dat zij ook toekomstige spanningen de baas zullen kunnen worden.

Aan het Binnenhof hoor je in elk geval geen speculaties meer over een voortijdig stranden van dit kabinet. En het boeiende is: het gegeven dat de coalitie op 27 mei haar meerderheid in de Eerste Kamer verloor, lijkt haar eerder sterker dan zwakker te hebben gemaakt.

Sowieso heeft premier Rutte inmiddels zoveel ervaring opgedaan met het regeren met minderheidskabinetten, dat hem dit ondertussen gemakkelijk afgaat. Jawel, het duurde lang voor hij een akkoord bereikte over de pensioenwetgeving. Maar uiteindelijk lukte dat toch en vond hij in de PvdA een belangrijke bondgenoot. Voor het klimaatbeleid wist hij overeenstemming te bereiken met PvdA en GroenLinks.

Deze zomer diende zich voor de premier bovendien een alternatief geitenpaadje aan. Dat in de Senaat maar liefst drie FVD-senatoren zich afsplitsten van FVD kán Rutte nog meer kansen geven zijn beleid te realiseren. De voorman van de nieuwe partij, Henk Otten, bood zich vorige week immers openlijk aan om met het kabinet te gaan samenwerken. Daarbij zijn dan weliswaar ook SGP en bijvoorbeeld OSF nodig, maar in noodgevallen kan de coalitie dus óók over rechts proberen een meerderheid in de Eerste Kamer te smeden.

Natuurlijk zou het ongedeerd de eindstreep halen van een kabinet waarin twee christelijke partijen zitten, voor niemand een doel op zich moeten zijn. Wel is Nederland in zijn algemeenheid gesproken, nadat in de jaren 1998-2012 geen énkel kabinet de rit afmaakte, gebaat bij enige politieke stabiliteit en rust. Als die stabiliteit, die er sinds 2012 is, voorlopig blijft, is dat zeker iets om dankbaar voor te zijn.