Coöperatie Laatste Wil gaat veel te roekeloos om met kwetsbaar leven

beeld RD, Henk Visscher

In 2004 nam de politie in Castricum Jan H. mee voor verhoor. De vrijgevestigde zelfdodingsconsulent werd ervan verdacht de hand te hebben gehad in de zelfdoding van een 25-jarige, suïcidale vrouw. H. bevestigde een pillenruil te hebben georganiseerd waardoor de vrouw in het bezit was gekomen van de middelen waarmee zij haar leven beëindigde, maar waste tegelijkertijd zijn handen in onschuld. Hij over de schreef? Welnee, wat de vrouw met de pillen had gedaan was toch haar eigen zaak?

In de drie rechtszaken die volgden –bij de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad– ontmantelden de rechters deze drogredenering stap voor stap. Strafbaar is hij die andermans zelfdoding mogelijk of gemakkelijker maakt, oordeelde het hoogste rechtscollege uiteindelijk in 2008. Dus ook Jan H.

Het nog steeds van kracht zijnde, heldere vonnis weerhield de coöperatie Laatste Wil er niet van vrijdag een luguber plan te ontvouwen: een tot dusver nog onbekend, maar wel effectief, dodelijk middel aanbevelen bij de achterban. In het licht van het Hoge Raadarrest riekt dat naar een kwaadaardige provocatie van het gezaghebbende instituut dat de rechterlijke macht hoort te zijn. Alleen al om die reden geeft het te denken dat in nogal wat reacties op het plan een zekere welwillendheid doorklonk. Volgens een andere lobbyorganisatie brengt het voorstel het zelfbeschikkingsrecht weer een stap dichterbij.

Zelfdodingslobbyisten verzwijgen graag dat het in Nederland allang is toegestaan om medeburgers –suïcidaal of niet– te voorzien van gedetailleerde informatie over zelfdodingsmethoden. Wat maakt het nog verder verleggen van de grens zo prangend, zo noodzakelijk? Wie dat in deze context verdedigt door te verwijzen naar het zelfbeschikkingsrecht stelt zelfdoding voor als een ultieme daad van autonomie. Zou het deze lobbyisten bekend zijn dat zelfmoorden in Nederland vooral voorkomen bij mannen die hun partner hebben verloren, en bij mensen die zich om andere redenen in een uiterst kwetsbare fase van hun leven bevinden? Het getuigt van onverschilligheid om de tragische wanhoopsdood die zelfdoding voor velen van hen is geweest voor te stellen als een mooi sluitstuk dat een o zo autonoom individu voor zichzelf heeft opgeëist.

Ergerniswekkend is ook het gegeven dat zelfdodingslobbyisten onder ”hulp” bijna altijd ”hulp bij zelfdoding” verstaan. Kun je iemands autonomie misschien ook vergroten door hem of haar tijdig in contact te brengen met de juiste hulpverlening?

Resteert de vraag: hoe om te gaan met dit soort belangenclubs? Duidelijk is dat de vraag wanneer de coöperatie wel of niet strafbaar handelt sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Dat laat onverlet dat dodelijke middelen door haar toedoen zomaar terecht kunnen komen bij kwetsbare mensen, zoals het roekeloze optreden van Jan H. tien jaar geleden al liet zien. De oproep van gezondheidsrechtdeskundige Hubben aan het adres van de overheid om de verspreiding van het middel actief tegen te gaan, verdient dan ook navolging.

Het leven is veel te kostbaar om zomaar een vrijbrief te geven aan zo’n enge club.