Christen gaat samenkomst van de gemeente nu en straks meer waarderen

Corona
De Nieuwe Kerk in Delft, beeld ANP, Lex van Lieshout.

Het komt misschien voorbarig over. Toch zijn het boeiende beschouwingen die we dezer dagen her en der aantreffen over de tijd na de coronacrisis. Staan we dan als modern westers mens anders in het leven? Gaan we onze gezondheidszorg hoger waarderen? Gaan we minder schimpen op de overheid, die we nu als coördinator van de crisisbestrijding zo hard nodig blijken te hebben? Gaan burgers wellicht de waarde weer voelen van kennisinstituten als het RIVM?

Voor christenen, al dan niet reformatorisch, valt met name te hopen en te verwachten dat zíj de zondagse kerkdiensten, als fysieke samenkomsten van de gemeente, veel meer zullen gaan waarderen.

Want het is me nogal een situatie waarin de Nederlandse kerkganger in korte tijd is beland. Na de aanscherpingen van het coronabeleid, maandag door het kabinet afgekondigd, worden we nog meer dan de afgelopen weken met de neus op de feiten gedrukt. Tot 1 juni, dus tien zondagen achter elkaar, kunnen kerkgangers waarschijnlijk geen diensten meer bezoeken. In die periode vallen de christelijke feestdagen Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaartsdag en Pinksteren.

Dat grijpt diep in. Al tweeduizend jaar komen christenen elke eerste dag van de week, de dag van de opstanding van Jezus Christus, bijeen om God te zoeken in gebed, Zijn Naam te prijzen, de prediking van Wet en Evangelie te horen en geld in te zamelen voor behoeftigen. Dat fysieke, betekenisvolle samenkomen is nu voor tenminste twee maanden onmogelijk.

Zeker, het valt in onze overheid te waarderen dat zij oog heeft voor de nood van de kerken. En voor de behoefte van burgers om juist nu bezig te zijn met zingevingsvragen. Onze bewindslieden zijn er niet op uit de godsdienstvrijheid onnodig te beknotten. Zij doen juist hun best om –binnen het kader van de beperkende maatregelen die vanwege de volksgezondheid voor álle maatschappelijke geledingen gelden– de essentie van de eredienst, al is het in de kleinst mogelijke vorm, overeind te houden.

En gelukkig hébben we in onze tijd audio-visuele middelen waardoor we als gemeenteleden met elkaar verbonden kunnen blijven. Maar dat neemt niet weg dat het een groot gemis is dat we elkaar op zon- en feestdagen lange tijd niet meer lijfelijk kunnen ontmoeten, groeten en bemoedigen.

Tegelijkertijd is dit alles, behalve pijnlijk, ook leerzaam. Nogmaals, nu al vooruit blikken op de tijd na de corona heeft iets voorbarigs. Toch mogen we nu al wel de hoop uitspreken dat deze moeilijke periode –die voor alle écht getroffenen: zieken, nabestaanden, grote narigheid met zich meebrengt– in elk geval dit positieve effect zal hebben, dat we in de toekomst de samenkomst van de gemeente meer zullen waarderen. En met meer doorleving zullen zingen: „Ik zal met vreugde in het huis des Heeren gaan, om daar met lof Uw grote Naam te danken.”