Christen en politiek

Premier Rutte. beeld ANP

Het was in Nederland een week van tegenstellingen. Op woensdag, net na Prinsjesdag, was er het schokkende bericht van de liquidatie van advocaat Derek Wiersum. Vergelijkingen gaan altijd mank, maar het feit dat een advocaat wordt vermoord door criminelen doet denken aan de moord op politicus Pim Fortuyn. De laatste was veel bekender, maar de moord op Wiersum is een even ernstige aanval op de rechtsstaat. Als advocaten van verdachten, hoe dan ook en wie dan ook, het risico lopen vermoord te worden, dan wankelt een van de belangrijkste pijlers onder onze rechtsstaat.

Vanzelfsprekend was de moord op Wiersum woensdag, op de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer, het eerste gespreksonderwerp. Normaliter is deze eerste dag van de politieke beschouwingen er eentje waarop coalitie en oppositie elkaar op allerlei manieren in de haren vliegen. De regering heeft haar plannen gepresenteerd en de oppositie probeert die plannen bij te buigen in de eigen gewenste richting.

Woensdag niets van dit alles toen het ging over de moord op Wiersum. PVV-voorman Geert Wilders sprak terechte woorden van meeleven en boosheid die beantwoord werden door een instemmend geroffel van de andere Kamerleden. Maar ook politiek gezien was er eenstemmigheid en was het oog gericht op de manieren waarop deze bedreiging voor de samenleving bestreden kan worden.

Het politieke debat van het jaar was voor premier Mark Rutte het negende op rij. En opnieuw was zijn verbale lenigheid opvallend. Hij kwam geen enkel moment en op geen enkel dossier in de problemen. Verder dan plaagstootjes of opmerkingen op onderdelen kwamen de aanvallen van de oppositiepartijen niet. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de premier zich, na afloop van het tweedaagse debat, tevreden toonde over de sfeer. Dat was andere jaren wel anders. Toen viel juist de verruwing in het taalgebruik dat de afgevaardigden bezigden op.

Dat er zo weinig vuurwerk was, had natuurlijk alles te maken met het feit dat het economisch goed gaat en er geld is om te investeren. Dat zijn voor oppositiepartijen niet de makkelijkste jaren om zich te profileren.

Toch kan de inbreng van Tweede Kamerleden ook op een andere manier opvallen dan doordat politici met veel verbaal geweld het kabinetsbeleid aanvallen. Zonder anderen tekort te doen, kwam zowel de fractieleider van de SGP als die van de CU met een inhoudsvol betoog waarnaar met aandacht werd geluisterd. Wanneer volksvertegenwoordigers in alle vrijheid een inbreng kunnen hebben zoals zij hadden, dan past dankbaarheid. Dankbaarheid die niet in mindering gebracht mag worden op de zorgen die er ook zijn. Maar laten christenen, die zich soms vreemden kunnen voelen in de huidige maatschappij, ook het goede niet onvermeld laten.