CDA zal onder De Jonge niet meer of minder christelijk worden

Maandoverzicht juli 2020
De Jonge en Omtzigt, beeld ANP, Sem van der Wal.

Met enige regelmaat leeft, sinds de oprichting van de partij, de discussie op; die over de C van het CDA. Waar staat die nu eigenlijk voor? Is het CDA een christelijke partij? En zo ja, in welk opzicht?

In de debatten tussen en de interviews met de kandidaatlijsttrekkers kwam deze vraag de achterliggende weken weinig aan bod. En zelden rechtstreeks.

Wel weten we van de man die woensdag bijna de tweestrijd won, de Twentenaar Omtzigt, dat hij belijdend rooms-katholiek is. Hij gaat de ene zondag naar zijn eigen kerk, de andere naar die van zijn Syrisch-orthodoxe echtgenote Ayfer Koç.

Van de man die op het nippertje triumfator werd, de protestantse domineeszoon De Jonge, weten we dat hij meeleeft met een gemeente binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in zijn woonplaats Rotterdam. Net als Omtzigt steekt hij zijn kerkelijke betrokkenheid niet onder stoelen of banken.

Dat is mooi. Net zoals het in het vorige decennium verkwikkend was om te zien hoe toenmalig premier Balkenende zich niet schaamde voor het christelijk geloof.

Toch zou het een verkeerd verwachtingspatroon zijn te denken dat De Jonges leiderschap, dat woensdag begon, het CDA christelijker zal maken dan de partij was in het jaar waarin de agnost Heerma de lijnen uitzette. Wie daarop hoopt, begrijpt niet goed hoe de partij-ideologie in elkaar steekt.

Die verwijst, in tegenstelling tot de grondslag van CU en SGP, niet rechtstreeks naar de Bijbel, maar redeneert vanuit vier uit de Bijbel en het christelijk geloof afgeleide waarden: gerechtigheid, solidariteit, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Ieder die zich hierin kan vinden, of hij nu christen, moslim of atheïst is, kan voor het CDA actief worden.

Die grondslag zal nooit leiden tot redeneringen die we bijvoorbeeld in SGP-gelederen vinden: de Bijbel staat het doden van de ongeboren vrucht niet toe, dus de overheid behoort abortus in alle situaties wettelijk te verbieden. WI-directeur Pieter-Jan Dijkman zei het in het een interview in Groen, het studieblad van de CU onlangs zo: „Het is onjuist om christelijke idealen als norm aan de natie voor te houden.”

Let wel, dat alles maakt niet dat partijen als CU en SGP op het terrein van bijvoorbeeld medische ethiek of onderwijsvrijheid van het CDA niets te verwachten hebben. Naast de kleine christelijke partijen is het CDA de enige politieke kracht die de achterliggende veertig jaar kwalijke onwikkelingen op deze terreinen wilde en kon bijsturen, vertragen en afremmen.

Dat zou de partij, inmiddels veel kleiner dan vroeger, onder leiding van Omtzigt vast zijn blijven doen. En dat zal zij –geïnspireerd door haar geschiedenis en ideologie, die haar een natuurlijke gevoeligheid geeft voor de waarde van religie en de belangen van minderheden– hopelijk ook blijven doen onder aanvoering van De Jonge.

ANP-418015576Fotofinish CDA geen ‘eind goed, al goed’