Canon van Nederland laat zien wat wij in dit land belangrijk vinden

Minister Van Engelshoven neemt de nieuwe Canon van Nederland in ontvangst. beeld ANP, Pieter Stam de Jonge

Een canon maken is ondankbaar werk. Je doet het voor niemand goed. Dat blijkt wel weer nu in de nieuwe versie van de Canon van Nederland, maandag gepresenteerd, tien van de vijftig onderwerpen veranderd zijn. Heel schokkend zijn de wijzigingen niet. Zoals historicus Ton van der Schans dinsdag in het Reformatorisch Dagblad zegt: „Er zitten wat modieuze oprispingen in, maar veel stelt het niet voor. Het christelijk onderwijs hoeft er niet van wakker te liggen.”

Maar op de sociale media vallen de burgers van Nederland over elkaar heen. Vadertje Drees eruit ter wille van een vrouw? Floris V en Karel V eruit, en Maria van Bourgondië erin? En wie is eigenlijk Anton de Kom? Vooral rond Willem Drees komt veel sentiment naar boven. Al zegt de commissie nóg zo hard dat Drees niet uit de geschiedenislessen verdwenen is, dat er met Marga Klompé alleen een nieuwe ingang is gekozen om hetzelfde onderwerp –de opkomst van de verzorgingsstaat– te behandelen, een deel van het volk voelt het bijna als verraad.

rapport_CanonHerijkt_V5_Page063Floris V en Drees sneuvelen in herijkte canon

Dat was wellicht te verwachten. Ook toen in 2006 de eerste versie van de Canon van Nederland verscheen, had iedereen commentaar. De Friezen vonden dat er meer Friesland in moest, de kenners van de vroege geschiedenis vonden dat er meer prehistorie in moest, en de christelijke geschiedenisdocenten vonden dat Abraham Kuyper erin moest. Sommigen vonden dat de commissie te veel een knieval had gedaan voor de tijdgeest, met onderwerpen als Aletta Jacobs, Annie M. G. Schmidt, veelkleurig Nederland. Anderen klaagden juist dat die hele canon te veel ging over ”witte Hollandse mannen”, er hadden meer mensen van kleur bij gemoeten, meer vrouwen en meer geschiedenis van buiten de Randstad.

Dat laatste vond minister Ingrid van Engelshoven ook, al vond de Tweede Kamer dat ze zich niet met de inhoud van het geschiedenisonderwijs mocht bemoeien. Toch heeft de nieuwe commissie, die de oude canon moest herijken, uiteindelijk wél enigszins gedaan wat de minister graag wilde. Meer vrouwen, meer aandacht voor diversiteit. Zo’n canon zegt immers niet alleen iets over de geschiedenis zelf, maar ook over wat wij in deze tijd in dit land belangrijk vinden, waar we onze identiteit in zoeken.

Tegelijk geldt: de vijftig vensters van de nieuwe canon zijn niet meer dan dat, vensters. De bedoeling is dat een docent zélf via zo’n venster het zicht opent op een hele wereld, een heel tijdvak. Zo bekeken biedt deze canon volop aanknopingspunten voor levensbeschouwelijk onderwijs. Het maakt nogal uit op welke manier je over de Statenbijbel vertelt, of over de slavernij, of over de komst van de televisie. Christelijk onderwijs onderscheidt zich niet zozeer door het (soms) behandelen van andere onderwerpen, maar vooral door het aanreiken van een christelijke visie, een christelijk perspectief op de voorgeschreven onderwerpen.