Broekers-Knol moet niet blijven hangen in symboolpolitiek

beeld ANP, Bart Maat

Er zijn vast maar weinig politici die zulke slechte herinneringen bewaren aan hun laatste weken als bewindspersoon als voormalig VVD-staatssecretaris Harbers van Asiel. Hij droop af, nadat vrijwel de hele Tweede Kamer hem enkele weken geleden had bedolven onder felle kritiek om iets wat achteraf bekeken vooral getuigde van een onhandige inschattingsfout.

Het registreren van crimineel gedrag van asielzoekers die nog in de toelatingsprocedure zitten en de Kamer daarover correct informeren; daar draaide het om. Verstopt in een rijtje ”overige delicten” bleken 31 zaken verscholen die op enigerlei wijze samenhingen met ernstige levensdelicten, zoals moord. De exacte samenhang was echter niet duidelijk, zo verdedigde Harbers zich in zijn laatste debat. Vandaar de keus om deze zaken even onder te brengen in een vage restcategorie.

Niet onterecht, zo bleek later, want de 31 meldingen betroffen verdenkingen. Geen veroordelingen, laat staan voor moord. De enige zaak met dodelijke afloop draaide om zelfverdediging; iets waarvoor de betreffende asielzoeker geen straf kreeg opgelegd.

In Harbers treurige aftocht ligt duidelijk een les besloten voor zijn opvolger; de dinsdag beëdigde oud-Senaatsvoorzitter Broekers-Knol. Haar wacht meteen een lastige opgave: schoon schip maken bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Uit vertrouwelijke, interne IND-gespreksverslagen waar NRC vorige week de hand op wist te leggen, kwam naar voren dat het intrekken van de verblijfsstatus van criminele asielzoekers voor de dienst de afgelopen jaren geen topprioriteit is geweest. Integendeel. Mede vanwege de hoge werkdruk én de bewerkelijkheid van deze zaken lijken veel intrekkingsdossiers bewust opzij te zijn gelegd.

Tekst en uitleg geven over deze gang van zaken –ga er maar aan staan– lijkt de eerste opgave te zijn waar Broekers-Knol voor staat.

Er is deze coalitie terecht veel aan gelegen om een asielpolitiek te voeren die effectief is en die rechts-populistische partijen waar mogelijk de wind uit de zeilen neemt. Het kabinet-Rutte II had een vergelijkbare doelstelling en vulde die vooral in door wetten en regels aan te passen. Voortaan kon een asielzoeker al bij een onherroepelijke veroordeling tot een celstraf van zes maanden of meer worden uitgezet, terwijl die grens voorheen bij achttien maanden lag.

De uitvoering van dat beleid verdient naar tot dusver blijkt echter niet de schoonheidsprijs. Dat is een gemiste kans. Hopelijk ziet de nieuwe bewindspersoon dat in en laat zij bezien in hoeverre maatregelen tegen criminele asielzoekers alsnog mogelijk zijn.

Als te streng beoordeelde aanvragen voor een kinderpardon herzien kunnen worden, is het niet meer dan logisch om ook reeds terzijde geschoven dossiers van criminele asielzoekers alsnog te heropenen. Kiezers die vatbaar zijn voor xenofobie zijn niet te paaien met symboolpolitiek.