Boezemsingelkerk is maar hout en steen

beeld Roel Dijkstra

De sloop van de Boezemsingelkerk in Rotterdam is in volle gang. Dat kan niemand uit de gereformeerde gezindte zijn ontgaan. Vanaf het eerste overleg over het afstoten van deze kerk door de Gereformeerde Gemeenten zijn de lezers van het Reformatorisch Dagblad gedetailleerd op de hoogte gehouden. Het nieuws trok en trekt aandacht. Kerkbanken die voor een flinke prijs worden verkocht, een drone die opnames boven de kerk maakt, een filmpje van de sloop van de voorpui dat binnen de kortste tijd zijn weg vindt naar alle hoeken en gaten van reformatorisch Nederland.

De Rotterdamse Boezemsingelkerk neemt immers vanaf het ontstaan van de Gereformeerde Gemeenten, in 1907, een centrale plaats in dit kerkverband in. De Theologische School nestelt zich naast het kerkgebouw, de theologische bibliotheek vestigt zich daarbij en er hebben vele meerdere vergaderingen plaats. Officieel heeft het gebouw geen monumentale status; daarvoor is er in de loop der tijd te veel aan gesleuteld. Maar voor veel mensen heeft die kerk toch een monumentaal karakter.

Het is zeker waar, de sloop van een kerk stemt triest. Het is meestentijds een signaal van voortgaande secularisatie. Een bewijs ook van ontkerkelijking van Nederlandse steden, die maar doorgaat. Volgende week start de afbraak van de Turfmarktkerk in Gouda, binnenkort zal de slopersbal de muren van de Antwoordkerk in Rotterdam-Hoogvliet doen vallen.

De teloorgang van de Boezemsingelkerk roept –zoals ook bij andere kerken– persoonlijke emoties op. Wie er gedoopt is, belijdenis des geloofs aflegde, zijn huwelijk liet bevestigen, geliefden begraven zag worden ‘vanuit’ de kerk, heeft daar veel herinneringen liggen. En wie zich realiseert dat in kerkgebouwen het getuigenis van de kerk der eeuwen spreekt, die voelt iets van Gods bewarende hand door de geslachten heen.

Wie onder de prediking zich aangesproken, aangeraakt weet door Gods Geest, wie de droefheid naar God ten volle ervaart onder het Woord, of zicht mag krijgen op de genade die in Jezus Christus is, die weet het plekje in de kerk vaak nog aan te wijzen. Als dat geen band geeft, met gemeente en kerkgebouw...

Toch vraagt de sloop van een kerkgebouw ook om een stukje nuchterheid. De kerk van de Reformatie heeft wel kerkgebouwen ”in gebruik genomen” maar nooit gewijd, zoals de Rooms-Katholieke Kerk. Het kerkgebouw is niet heilig; het is slechts hout en steen. Niet vergelijkbaar met de tabernakel of de tempel, waar God Zelf (symbolisch) Zijn woonplaats koos. Het zijn vergaderzalen waar de prediking tot haar volle recht moet komen. Want waar het Woord opengaat, de eredienst plaatsheeft, daar wil God zijn met Zijn Geest. Kerkgebouwen zullen verdwijnen, hoe verdrietig mensen dat soms ook vinden. God bouwt Zelf Zijn Kerk. Hij bindt Zich aan het Woord, maar nooit aan een kerkgebouw. Het gaat om dat goud, niet om het hout.

Hoofdredactie