Blokhuis’ uitlating over homohuwelijk niet verstandig

Blokhuis, beeld ANP, Robin Utrecht.

Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) is een sympathieke vent. Dat beaamt ieder die weleens met hem te maken heeft gehad. Joviaal, amiciaal, een sfeermaker, een man die van zijn hart geen moordkuil maakt. Prettige eigenschappen, juist ook voor politici, een mensensoort dat al te vaak met meel in de mond praat.

Zo bezien zou je waardering kunnen hebben voor het feit dat Blokhuis ons donderdagavond, in het radioprogramma Dit is de Dag, een blik in zijn hart gunde. De CU-politicus vindt, zo begrijpen wij hem tenminste, dat zijn partij opnieuw een intern debat moet voeren over het homohuwelijk, met de kennelijke bedoeling om tot een positievere waardering van dat instituut te komen. Misschien wel tot volledige erkenning ervan.

Toch is Blokhuis’ optreden voor kritiek vatbaar. Terecht benadrukte partijvoorzitter Piet Adema, in een eerste reactie, dat de formuleringen die over dit thema in de beginselverklaring van de CU staan, na een zorgvuldige, secure, uitvoerige en brede discussie in partijverband tot stand zijn gekomen. In dat interne debat heeft iedereen binnen de CU, van hoog tot laag, zijn zegje kunnen doen. De uitkomst is geweest dat de partij in essentie vasthield aan wat GPV en RPF hierover vroeger steeds hebben betoogd: het huwelijk is een uniek verbond tussen één man en één vrouw.

Daar komt nog iets bij. Het debat over de herziene beginselverklaring heeft nog geen jaar geleden plaatsgevonden. Is het dan eigenlijk wel chique en gepast om als partijprominent, wetend hoeveel gezag je als bewindsman in eigen kring vaak hebt, nu al weer kanttekeningen te plaatsen bij een document dat democratisch tot stand is gekomen en dat onmiskenbaar bedoeld is om voor een langere periode tot basis te dienen van het politieke handelen van alle partijvertegenwoordigers?

Natuurlijk, politici mogen niet jokken of huichelen over hun standpunten. Toch hoeft een parlementariër of bewindsman ook niet steeds het achterste van zijn tong te laten zien. Soms is dat ronduit onverstandig.

Dit klemt temeer daar het beeld bestaat dat veel christelijke jongeren tegenwoordig zoekende zijn. Wat is waarheid? Wat is wijsheid? En zou de geseculariseerde wereld om ons heen, die ons op zelfbewuste en agressieve wijze in het patroon wil drukken van volledige acceptatie van homoseksualiteit en homoseksuele relaties, dan misschien toch gelijk hebben?

Die jongeren zijn niet geholpen met een al weer zo snel ter discussie stellen van iets wat binnen de kleine christelijke partijen jarenlang volkomen zekerheid had en daar gezien werd als min of meer rechtstreeks uit de Bijbel afleidbaar. Zij zijn wél geholpen met leidslieden die hen helpen oude bronnen te (her)ontdekken, om zo het denkwerk van eerdere christelijke politieke denkers ook tot het hunne te maken. Nee, niet om oude standpunten klakkeloos te herkauwen. Wel om dicht bij de eigen wortels en bronnen te blijven. Omdat die nu eenmaal sterke, Bijbelse papieren hebben.

ANP-70283233Blokhuis wil „heel graag” gesprek in ChristenUnie over homohuwelijk