Amerika of Noord-Korea zou een royaal gebaar moeten maken

PYONGYANG. De Noord-Koreaanse leider Kim Yong-un inspecteert nieuwe rakettechnologie. Om escalatie te voorkomen zou zowel Amerika als Noord-Korea een verzoenend gebaar moeten maken. beeld AFP, Korean News Agency

Noord-Korea „smeekt om oorlog.” Dat waren eerder deze week de niet mis te verstane bewoordingen van de Amerikaanse VN-ambassadeur Nikki Haley. Gelukkig voegde ze daar het verzoek aan toe of de Verenigde Naties alle mogelijke diplomatieke middelen wilden inzetten om de buitensporige militaire aspiraties van Pyongyang een halt toe te roepen.

De Amerikaanse president Donald Trump was een tikkeltje rigoureuzer. Hij houdt nadrukkelijk alle opties op tafel en waarschuwde voor een vernietigend militair antwoord als Noord-Korea bijvoorbeeld het eiland Guam aanvalt of raketten richting het Amerikaanse vasteland afschiet.

De vraag is intussen hoe ver Washington deze kwestie zal laten escaleren. De Verenigde Staten hebben de verplichting op zich genomen hun bondgenoten Japan en Zuid-Korea bij te staan, in het bijzonder tegen de Noord-Koreaanse dreiging. Maar dat is altijd nog een potentieel conflict op afstand – zij het een conflict dat verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben.

Anders wordt het wanneer Noord-Korea daadwerkelijk in staat is Amerikaans grondgebied met zijn ballistische raketten te bestrijken. Dat zou een heel directe bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid betekenen. En dan valt een afwachtende of diplomatieke houding niet bepaald meer te verwachten.

Het is te hopen dat serieuze onderhandelingen de komende tijd een einde aan deze almaar oplopende spanningen zullen maken. Niemand zit te wachten op weer een nieuwe oorlog.

Want die zijn er al genoeg. Het halve Midden-Oosten staat in brand. Alleen al in Syrië zijn er de afgelopen paar jaar honderdduizenden doden gevallen. Miljoenen mensen zijn op de vlucht geslagen. Islamitische Staat is weliswaar zo goed als verslagen, maar de chaos in Syrië en Irak is nog verre van voorbij.

Ook elders in de wereld vieren geweld en wanorde hoogtij. Neem de situatie in falende staten zoals Jemen, Somalië, Libië en Afghanistan. Neem de terreuraanvallen van Boko Haram in Nigeria. En niet te vergeten de aanslagen die we de afgelopen jaren in Europa te verwerken kregen.

Om verdere escalatie van het conflict rond Noord-Korea te voorkomen zou een van de partijen een dermate royaal gebaar moeten maken dat de tegenstander daar niet met goed fatsoen omheen kan. Een ontmoeting tussen Trump en Kim Jong Un, opheffing van sancties die toch niet het gewenste effect hebben? Stopzetting van het Noord-Koreaanse nucleaire programma?

Dat lijkt allemaal natuurlijk een naïeve illusie en geen reële optie.

Maar nog altijd geldt de stelregel dat je vrede met je vijanden en niet met je vrienden sluit. In november 1977 vloog de Egyptische president Anwar Sadat naar aartsvijand Israël om daar het parlement toe te spreken. Het vormde de opmaat naar een vredesakkoord dat –weliswaar met vallen en opstaan– tot op de dag van vandaag heeft standgehouden.

Daar is moed voor nodig. En de vraag is of die in zowel Washington als Pyongyang aanwezig is.