Als er niet geleerd wordt van de Kristallnacht is volgende pogrom nooit ver weg

Kristallnacht. beeld: Stadsarchive Hechingen

Deze nacht is het tachtig jaar geleden dat de Kristallnacht in Duitsland plaatsvond. De naam heeft deze nacht, keerpunt in de vervolging van de Joden, gekregen vanwege de vele ruiten die werden vernield. Een foute benaming, vinden veel mensen nu. Gíng het maar om wat gebroken glas, dan zou het niet zo ernstig zijn geweest. In deze nacht werden inderdaad ruim 1500 synagogen en 7500 winkels van Joden verbrand en vernield. Maar er werden ook bijna honderd Joden op straat vermoord, honderden werden direct na deze datum vermoord of tot zelfmoord gedreven en tienduizenden Joodse jongens en mannen werden in de dagen na 10 november opgepakt en opgesloten in kampen. Velen stierven. Vandaar dat veel Joden liever over deze nacht spreken als de Reichspogromnacht.

De nacht van 9 op 10 november was een keerpunt in de behandeling van Joden in Hitler-Duitsland en mag gezien worden als het preludium op de Holocaust. Voor het eerst werden de bedreigingen tegen de Joden grootschalig in daden omgezet. Het beest van de Jodenhaat liet z’n ware aard zien. Propagandaminister Goebbels hitste zijn mensen op om synagogen te vernielen en in brand te steken en Joodse winkels te plunderen. Het werd, vanuit zijn verdorven geest bezien, een groot succes.

Wat er in deze nacht gebeurde, was schokkend. Maar misschien is het nog wel schokkender wat er na deze nacht níét gebeurde. Verzet tegen de nazi’s was er ook na 10 november 1938 amper. Zelfs de kerken deden er, op een enkele uitzondering na, het zwijgen toe.

De theoloog Dietrich Bonhoeffer was een van de weinigen die wel doorzagen wat er gebeurde. In zijn Bijbel schreef hij bij Psalm 74:7 en 8 in de kantlijn de datum van de Kristallnacht: 9.11.1938. De teksten luiden: „Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet, ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd. Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ons hen tezamen uitplunderen; zij hebben al Gods vergaderplaatsen in het land verbrand.” De verwoesting die de dichter Asaf beschreef, overkwam de synagogen nu opnieuw.

Herdenken is kijken in de achteruitkijkspiegel. En dat kan nooit zonder pijn. Dat geldt voor Duitsers die altijd de zware last van de geschiedenis zullen moeten torsen. Het geldt niet minder voor andere landen, waaronder Nederland. In plaats van dat ons land zijn grenzen openstelde voor de in Duitsland vervolgde Joden, werden de grenzen gesloten en bewaakt. Nederland was vol, zo vond men.

Hetzelfde gebeurde elders. Canada is een van de weinige landen die, nog maar enige tijd geleden, officieel excuses hebben gemaakt voor dit gedrag ten opzichte van de Joden.

Herdenking van de geschiedenis geeft ook Nederlanders geen enkele aanleiding tot triomfalisme. Integendeel. Te hopen is dat uit de geschiedenis lessen getrokken worden voor de toekomst. Zo niet, dan is een volgende pogrom, tegen wie dan ook, nooit ver weg.