Column: Ziekenhuis zonder muren

„Het faillissement van de IJsselmeerziekenhuizen geeft ook enorme kansen. In een bestaande praktijk zijn er vaak veel gevestigde belangen die verandering tegenhouden, maar Flevoland kan nu de weg wijzen.” beeld ANP, Robin Utrecht

Het faillissement van het Slotervaartziekenhuis en vooral de IJsselmeerziekenhuizen houdt de gemoederen flink bezig. En terecht. Het wegvallen van een plaats waar je terechtkunt als ziekte en nood (meestal onverwachts) hun intrede doen, is ingrijpend. Een ziekenhuis is immers geen gewoon bedrijf. Je komt er in verband met je eigen lichaam of geest en de onzekerheid daarover. Het bundelt deskundigheid die je niet op elke hoek van de straat vindt.

Het ziekenhuis wordt gedragen door de gemeenschap en vormt daarvan, vaak al decennialang, een belangrijk onderdeel. We gaan naar verschillende scholen, kerken en clubs. We werken op verschillende plaatsen. Maar we komen allemaal in hetzelfde ziekenhuis: de maatschappij in het klein.

Een ziekenhuis is weliswaar geen bedrijf, maar er moet wel bedrijfsmatig gewerkt worden. Met hart en ziel moet ervoor gezorgd worden dat alle patiënten op het juiste moment de juiste zorg krijgen. Met toewijding moeten de juiste keuzes gemaakt worden om ervoor te zorgen dat de uitgaven in balans zijn met de inkomsten. Zo niet, dan moet er ingegrepen worden.

Ik ga nu niet in op de vraag of een ziekenhuis met een winstoogmerk verantwoord is. In Nederland vinden we meestal van niet. Geld verdienen en kankerbehandelingen gaan in onze opvoeding, en in mijn opvatting, niet samen. In Amerika en Azië denken ze daar trouwens heel anders over. En er zijn daar inderdaad voorbeelden van steengoede commerciële ziekenhuizen, zeker als de overheid nauwelijks in zorg investeert. In Nederland zou ik me geen socialist noemen, maar in de ogen van veel Amerikanen en Aziaten ben ik dat met mijn visie op de rol van de overheid in de zorg wel degelijk.

Ik wil het hebben over de door velen afgeserveerde opmerking van minister Bruins waarin hij aangaf dat het ultieme doel goede patiëntenzorg is: „Het gaat niet over het bewaken van een stapel stenen.” Misschien was de uitspraak in de directe context van het faillissement wat ongelukkig maar de minister maakt wel een belangrijk punt: in de zorg van de toekomst is het gebouw niet zo belangrijk meer.

Als je kijkt naar de geschiedenis van ziekenhuizen heeft er een ware evolutie plaatsgevonden. Voorafgaand aan de 19e eeuw praktiseerde de geneesheer vanuit huis. Ziekenhuizen (”godshuizen” of ”gasthuizen” genaamd) waren in eerste instantie huizen gerund door verpleegkundigen, zonder dokters. Ze werden pas daarna toenemend plaatsen waar technologie werd gebruikt die te duur was voor een individuele arts. Anesthesie bijvoorbeeld, en röntgen. Daar waren grote en dure apparaten voor nodig, die alleen inzetbaar zijn als ze worden gedeeld.

Doorgaande ontwikkeling heeft ervoor gezorgd dat de technologie compacter en goedkoper is geworden. Het aantal ziekenhuisopnames en de duur ervan nemen wereldwijd af. Het aantal dagbehandelingen neemt toe. Vitale functies als bloeddruk en hartritme kunnen vandaag de dag met draagbare sensoren thuis worden gemeten. Computergestuurde algoritmen verslaan de radioloog bij het beoordelen van foto’s, die ook via een app kunnen worden gemaakt.

Daarnaast weten we dankzij genetica, voeding en bewegingsinzichten steeds meer over de preventieve kant van gezondheid. Ziekenhuizen zijn traditioneel gericht op beter maken, maar voorkomen is beter dan genezen. Gezond in plaats van ziek.

De randvoorwaarden en financiële prikkels die nodig zijn om hiermee de gezondheid van de toekomst te organiseren, ontbreken vaak nog. In de meeste zorgsystemen levert het een ziekenhuis niets op als de patiënt gezond blijft en niet naar het ziekenhuis komt. Ook denkt men in het ziekenhuis vaak te veel in ziekenhuistermen. Met muren creëren we hokjesdenken.

Het faillissement geeft mijns inziens dan ook enorme kansen. In een bestaande praktijk zijn er vaak veel gevestigde belangen die verandering tegenhouden, maar Flevoland kan nu de weg wijzen.

Geen enkel ziekenhuis heeft immers toekomst. De toekomst van ‘zieken’ ligt ‘in huis’. Thuis dus. Een ziekenhuis zonder muren heeft geen stenen. Alleen met veel inbreng van mensen die verstand hebben van en inzicht in ”thuis en gezond” kunnen we mensen gezond houden. Zeker in een vergrijzende samenleving spelen thuiszorg en ouderenzorg daarin een leidende rol: zij hebben decennialang ervaring in continue zorgverlening in een thuisomgeving.

Het gaat niet om het ziekenhuis. Het gaat om gezondheid. Als er vanuit die visie georganiseerd wordt, verwacht ik dat op termijn de gezondste en oudste mensen van Nederland in de Flevopolder wonen.

Dr. Dirk de Korne is als adjunct-directeur en universitair docent betrokken bij een academisch ziekenhuis in Singapore. Reageren? rubriekforum@refdag.nl