Column: Waardeer gruttogrut en grootgrutters

„Ondanks miljoenen aan subsidie voor natuurontwikkeling lukt het al jarenlang niet om de afname van insecten en vogels te stoppen.” beeld ANP, Koen Suyk

Een stille lente, een lege lucht. Het was een bijzonder voorjaar. Dankzij miljarden aan steun van de overheid voor de luchtvaart zullen lawaai, drukte en vervuiling weldra wel weer tot grote hoogten stijgen.

Maar ondanks miljoenen aan subsidie voor natuurontwikkeling lukt het al jaren niet om de afname van insecten en vogels te stoppen. De lentegeluiden verstommen: waar de ouden zongen mist men de jongen. Ook dit jaar is het grut van de grutto’s vergruizeld voordat het groot kon worden. De kieviten duikelen in aantal omlaag, net als veel andere vogelsoorten. De bodem onder hun bestaan is uitgenut en uitgeput.

Vreemd is dat sommige reformatorische christenen dit natuurverval onaangedaan zien gebeuren. Redenerend als: jammer van de zangvogels, maar welvaart voor de mens is belangrijker. De natuur is niet heilig en is er voor de mens, dus aantasting ervan is geen zonde.

Als je moeder, naar traditioneel patroon, iets kunstigs geborduurd heeft, ga je daar voorzichtig mee om. Als ze een fraaie taart heeft gebakken, eet je die met graagte op. Maar haar servies laat je heel. Als je God als Vader en Schepper zegt lief te hebben, dan geniet je ook in dankbaarheid van wat je in de natuur krijgt voor je levensonderhoud. Dat is ook, net als de taart van je moeder, voor jou bedoeld. Maar het mooie van Zijn scheppingswerk laat je intact. Als iemand dat achteloos vernielt, raakt dat je emotioneel. In het boek van de Psalmen staat: alles wat adem heeft, love de Heere. Dan herken je veldleeuwerik en nachtegaal als Godlovertjes. Het verdwijnen ervan ervaar je dan wel degelijk als zonde. Als zij niet meer zingen, wordt het op het platteland even onnatuurlijk stil als tijdens de gemeentezang in de recente kerkdiensten onder Covid-19-regime.

De teloorgang in bodemleven en vliegende insecten, met bijkomende negatieve gevolgen voor het vogelleven, is een gevolg van het onbegrensd uitbuiten van de natuur. De in het Oude Testament gegeven regels voor het niet oogsten van de akkerranden en het periodiek braak laten liggen van het land kunnen niet straffeloos worden genegeerd. Afkopen met geld werkt niet. Het is meer dan symbolisch dat in vervlogen tijden een snip en zonnebloemen de guldenbiljetten sierden, maar dat nu op de eurobiljetten alleen nog maar vastgoedobjecten staan.

Bij de agrariërs is de economische dwang tot maximale benutting van hun land erg sterk, en de oneerlijke concurrentiedruk hoog. Te prijzen is dat desondanks velen werken aan meer natuurvriendelijke teeltmethoden, te begrijpen is dat het niet direct iedereen lukt. Het valt gewone burgers meer te verwijten als ze hun tuin zonder noodzaak volledig kunstmatig inrichten. Naar de laatste mode, helemaal in een doodse begraafplaatsstijl: een statussymbool en een toonbeeld van verharding. Het ophangen van een nestkastje of een bijenhotel is hypocriet als er in de tuin voor de arme diertjes niets te eten valt. Wie echt natuurvriendelijk wil zijn, heeft minstens groene rafelranden in de tuin, waar rupsen en slakken iets hebben te makken.

In een postzegeltuintje past geen grutto, dus wil je die steunen, dan biedt eten halen bij een boer in de buurt meer perspectief. Dat geeft hem extra financiële ruimte en lokt teeltvariatie uit. Onbewerkte producten zoals groente en fruit zijn simpel lokaal te verkopen. Karnemelk en kaas kosten iets meer moeite en investering maar leveren ook meer op. Toch is dit te weinig voor een totale omslag: onze steden zijn te groot voor regionale zelfvoorziening. Zoals ook ruim 75 jaar geleden gebleken is tijdens de hongerwinter. En ook onlangs is ervaren tijdens de intelligente lockdown. We kunnen niet zonder de uitgekiende logistiek van de supermarkten. De duizenden producten die grootgrutters voor ons dagelijks leven leveren, kunnen we nooit duurzaam verkrijgen uit lokale bronnen. In geval van nood kun je nog wel om aardappelen naar de boer. Maar je hoeft niet bij een veehouder met mestoverschot aan te kloppen bij een tekort aan wc-papier.

Het is mooi dat bij supermarkten steeds meer lokale producten te vinden zijn. En nog mooier als wij dan ook kiezen voor eerlijke producten. Voor goede grutten.

De auteur is adviserend ingenieur.